De problemen op de Nederlandse arbeidsmarkt verscherpen zich en raken steeds harder onze economie. Dat is de conclusie die ik trek uit de berichtgeving in de kranten van afgelopen weekend.

Het dagblad Trouw besteedde ruim aandacht aan innovatie, waarvoor het rapport ‘De Staat van Nederland Innovatieland 2012’ het vertrekpunt was. De voorpagina stond stil bij de jonge Nederlandse mannen (onder de 25 jaar) die lager zijn opgeleid dan hun oudere seksegenoten. De Nederlandse man wordt dus dommer zou je kort door de bocht kunnen concluderen. De achterstand op vrouwen betitelt het rapport als “zo goed als onoverbrugbaar”. Dit is geen incident maar een ontwikkeling die zeker al een decennium gaande is en een bedreiging vormt voor de Nederlandse concurrentiepositie.

NRC besteedde in het artikel “Werkloos? Jongeren komen er echt wel overheen” aandacht aan de gevolgen van de jeugdwerkloosheid. Een vergelijking met de jaren ’80 van de vorige eeuw zou aantonen dat jongeren de nadelige gevolgen van jeugdwerkloosheid wel inlopen. Jeugdwerkloosheid is dus wel vervelend, zeker als het je treft, maar geen blijvend probleem. Dat lijkt bemoedigend voor het groeiend aantal jonge werklozen van nu.

Schadelijke jeugdwerkloosheid

Nu leven we alleen niet meer in de 20e eeuw en kun je je afvragen in hoeverre wat we toen deden en dachten anno nu nog geldig is. Combineren we het lagere opleidingsniveau van jonge mannen en de jeugdwerkloosheid, dan zien we een groep mensen met een dubbele achterstand tot de arbeidsmarkt. Bovendien leven we niet meer in een industrieel tijdperk maar betreden we het kennistijdperk.

Hoogleraar Salverda maakt in het NRC-artikel duidelijk dat we de Nederlandse jeugdwerkloosheid onderschatten. Er vindt een massale verdringing plaats op de arbeidsmarkt waarvan laagopgeleide jongeren (jongens) massaal het slachtoffer zijn. Jongeren slagen er ook niet in om fulltime banen te vinden (dit in tegenstelling tot de jaren ’80).

Onderzoekers beweren in het NRC artikel dat jongeren geen permanente schade oplopen als het gaat om loon en carrière. Dat was in de jaren ’80 misschien zo maar in een kennisgedreven tijdperk zou dat heel anders kunnen uitpakken. Jongens zijn lager opgeleid en jongeren zijn ook niet in staat om hun opgedane kennis toe te passen in een werksituatie. Gegeven de snelle ontwikkelingen zal dit onherroepelijk leiden tot een veroudering van kennis en daarmee een vermindering van de waarde. De al lagere waarde van kennis devalueert dus nog verder.

Duurzame industrie

Deze problemen manifesteren zich op dit moment op het terrein van de innovatie maar zullen uiteraard een veel grotere impact hebben. Dagblad Trouw laat hierover een industriële mastodont uit de 20e eeuw aan het woord, Bernard Wientjes. Wientjes heeft de oplossing: de overheid moet industriepolitiek gaan voeren, “want welke bedrijven staan in crisistijd nog overeind? De industrie. Niet de dienstverleners.”

Ik ben bang dat hij met industrie vooral doelt op de vervuilende maakindustrie en daar moeten we niet meer maar juist minder van hebben. De industriepolitiek zou zich moeten richten op de verduurzaming van onze industrie en samenleving. Dat kan alleen maar als we volledig inzetten op ontwikkeling van kennis en investeren in innovatie en een groene economie.

De problemen hebben inmiddels een zodanige omvang gekregen dat we het alleen niet meer kunnen oplossen. We zullen moeten samenwerken, overheid, onderwijs en ondernemers. De eerste winst die we kunnen behalen is het gaan toepassen van bestaande innovaties. Het probleem zit dan niet in het ontbreken van een industriepolitiek, het zit in de MKB-mentaliteit van de meeste betrokkenen. We moeten verder denken dan een week vooruit en over de schotten van onze eigen winkel kijken. We maken met elkaar onderdeel uit van een groter geheel (noem het systeem) en daar zullen we met elkaar goed voor moeten zorgen. Ondernemers die redeneren: ik wil niet opleiden voor een ander, snijden daarmee niet alleen zichzelf maar de hele maatschappij in de vingers.

HR aan de bak

Al deze ontwikkelingen raken organisaties in hun kern en daarom is het hoog tijd voor actie. HR-professionals binnen en buiten organisaties kunnen en moeten daarin een belangrijke rol spelen. Concreet:

  1. Zorg dat vrouwen een duurzame plek binnen je organisatie hebben. Vrouwen zijn beter opgeleid dan jonge mannen dus zorg dat je ze er bij houdt;
  2. Investeer in leren. Leren is niet kennis verzamelen om zo een plek in de pikorde te verwerven maar leren is kennis toepassen en zo nieuwe kennis ontwikkelen, dus innoveren. De kennis is een grondstof en leren is de sleutel naar succes.
  3. Zorg dat je mensen buiten je organisatie betrekt bij de ontwikkelingen in jouw organisatie. Breek de muren rond je bedrijf weg en begin je kennis te delen met geïnteresseerden. Deze geïnteresseerden zijn in elk geval dat de werkloze jongeren die je niet aan het werk kunt helpen. Het is ook in jouw (lange termijn) belang dat ze hun kennis kunnen ontwikkelen. Neem dus je maatschappelijke verantwoordelijkheid.

De technologische innovatie heeft een grote vlucht genomen, het is nu tijd voor de sociale innovatie. HR-professionals moeten dus de handen uit de mouwen en aan de bak. Wij kunnen (mede) de oplossingen organiseren, want dat is de kern van ons vak. Aan de slag!

Wil je meer weten over verbindend samenwerken in de groene economie? Vraag dan het gratis e-book ‘Organiseren voor de toekomst aan’. Daarin vind je 9 blogposts over leiderschap, talentontwikkeling en communicatie, waarmee aan de slag kunt gaan met samenwerking in en tussen organisaties. Je krijgt bovendien maandelijks de Lumax Producties nieuwsbrief met tips over o.a. leiderschap, organisatieontwikkeling, samenwerking en talentontwikkeling. Vraag het gratis e-book meteen aan.

Lees meer HR artikelen over: arbeidsmarkt, economie, groene, innovatie, kennis, leren, sociale, werkloosheid

Aantal keer bekeken: 69

Plaats een reactie