Zo’n 35 jaar geleden bedacht Deci een beroemd geworden experiment. Hij liet twee groepen studenten, de één betaald de ander niet betaald, een groot aantal puzzels oplossen. Tot Deci’s grote verbazing moest hij vaststellen, dat de resultaten van de betaalde groep veel minder waren dan de groep die er niet voor betaald kreeg. De tweede groep werkte met zichtbaar meer overgave aan de opgaven en werkten ook met veel meer volharding dan hun betaalde collega’s aan het bereiken van het gevraagde resultaat.
In de literatuur wordt het belang van intrinsieke motivatie onderstreept boven dat van extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie ontstaat als de drijfveren voor gedrag ‘binnen’ de mens gelegen zijn. We willen iets, omdat dit onze ontwikkeling stimuleert, of omdat we het gevoel hebben zo een beter mens te worden. Extrinsieke motivatie komt voort uit prikkels die buiten ons zelf liggen, zoals inkomen, een prijs in de loterij, een huis om in te wonen of de lach van een vriend.
Als de conclusie is, dat intrinsieke prikkels meer motiveren dan extrinsieke prikkels, wat betekent dit dan voor ons beloningsbeleid? Immers, salarissen en bonussen zijn bij uitstek een vorm van extrinsieke stimuli.
Het kan zelfs zo zijn dat intrinsieke motivatie omslaat in extrinsieke, wanneer intrinsiek gemotiveerd gedrag wordt gewaardeerd met een extrinsieke beloning. Met een prachtige parabel illustreerde Jasper von Grumbkow ooit dit fenomeen.
Intrinsieke motivatie extrinsiek beloond
In een kleine stad opende een joodse kleermaker een bescheiden winkel. Het publiek bleef weg, mede omdat een aantal kwajongens voor de ingang van zijn winkel elke dag: “jood, jood”, naar hem riepen. De eerste nacht sliep de kleermaker slecht. Maar de volgende dag zou hij er iets aan doen. Hij liep op de kwajongens toe en zei: “Vanaf vandaag krijgt iedereen die mij jood noemt een dubbeltje”. Hij nam zijn portemonnee en gaf elke jongen een dubbeltje. De volgende dag stonden de jongens opnieuw voor de winkeldeuren en riepen: “jood, jood, jood”. De kleermaker kwam ogenschijnlijk vriendelijk gestemd naar buiten en zei dat een dubbeltje eigenlijk te veel was en dat hij vanaf vandaag nog maar een stuiver zou betalen. De jongens vertrokken met de stuiver, want een stuiver is hoe dan ook een beloning. De daarop volgende dag kregen ze slechts een cent. “Waarom krijgen we maar een cent?”, vroegen ze aan de kleermaker. “Ik heb niet meer. Jullie zullen het ermee moeten doen”. “Denk je dat we jou voor die rotcent nog langer jood noemen?”, riepen ze verontwaardigd. “Nou dan doen jullie het toch niet”, zei de kleermaker. En de jongens deden het niet meer.
Het antwoord op de vraag hoe beloningsbeleid kan appelleren aan intrinsieke motivatie is volgens mij niet zo moeilijk te geven. De kern zit hierin, dat managers leren vertrouwen uit te spreken in het functioneren van hun medewerkers. Als dat vertrouwen overeenkomt met het beeld dat medewerkers ook van zichzelf hebben, motiveert dit enorm. Het salaris is dan nog slechts een bevestiging van die vaststelling, en geen prikkel op zich. Niet het salaris of de bonus werkt zo motiverend, maar het proces er naar toe.
Via Twitter bereikte mij vanuit diverse kanten een heel aardig animatiefilmpje, dat prima aansluit bij deze boodschap. Kijk er eens naar! Klik op:
http://www.youtube.com/watch?v=u6XAPnuFjJc&feature=youtu.be
Rolf Baarda is directeur van Bureau Baarda, een middelgroot adviesbureau op het gebied van beloningsmanagement.
www.bureaubaarda.nl
www.twitter.com/RolfvanBB
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland