In zijn zeer lezenswaardige blog van 16 december schreef Rolf Baarda dat in blauw personeelsmanagement de functie centraal staat, niet de mens. "In organisaties waarin blauw personeelsmanagement dominant is, zijn medewerkers er voor de organisatie (en hun aandeelhouders) en niet omgekeerd. Bedrijven die zo opereren willen hun functies bezet hebben. Door wie doet minder ter zake, als het werk maar door kan gaan. Of een medewerker past binnen het team, past bij onze klanten of past in de bedrijfscultuur is van latere zorg. Rob Vinke, professor op Nyenrode en een bekend publicist, heeft organisaties wel eens geduid als sociale gevangenissen". En verder "Ik schat dat in 80 procent van de bedrijven het personeelsmanagement donkerblauw is gekleurd”.
Ad de Beer hield eerder op HRbase een pleidooi om de organisaties aan de medewerkers aan te passen, 'competence en process based organiseren' . Dat is me uit het hart gegrepen, net als Rolf Baarda's blog, met alle nuances en kanttekeningen die natuurlijk altijd te plaatsen zijn. Dé oplossing voor de uitdagingen voor organisaties in deze steeds kennisintensievere tijden waarin steeds snellere aanpassing aan gewijzigde (markt)omstandigheden wordt gevraagd en talent steeds schaarser, als we voorbijgaande recessies buiten beschouwing laten.
Tot de tijd dat meer van het scientific ‘blauwe’ management wordt overgegaan op competence en process based organiseren, blijft het zaak bij (vermeend) disfunctioneren van medewerkers de vraag te stellen of het proces of de functie wel klopt bij het type medewerker, een vraag die ik als arbeidsrechtadvocaat geregeld stel, in plaats van direct te reageren op de vraag of ik kan helpen bij het vormgeven van iemands ontslag.
Voorbeeld: in de welzijnssector moet steeds meer performance worden aangetoond, soms door verscherpte output-eisen van de subsidiegever, soms door toenemende concurrentie, bijvoorbeeld door aanbestedingstrajecten. Het profiel van de welzijnswerker heeft een wijziging ondergaan; meer en meer moet aan allerlei rapportage-eisen worden voldaan, wat ons meer dan een derde van de werktijd kost. Dat hebben veel welzijnswerkers in de ogen van hun werkgevers onvoldoende onder de knie, met als gevolg dat een aantal op zich verder uitstekende hulpverleners de meetlat niet halen en strikt genomen 'disfunctioneren' -met het recht voor de werkgever om na een goed vormgegeven 'verbetertraject' de betrokken werknemers voor ontslag voor te dragen.
Bij een cliënte van mij, een welzijnsstichting, werd dat al snel een derde van het aantal hulpverleners. Wordt het dan niet tijd je af te vragen, of je niet teveel competenties in één functie wil combineren, die in de praktijk bij de diverse menstypen die we hebben niet snel in combinatie voorkomen? Pas dan de organisatie aan de mens aan, speel één van de hulpverleners die wél in het schaap met vijf poten profiel past vrij, om in een deel van zijn of haar tijd collega's te helpen met het opstellen van rapportages, zodat de hulpverleners met vier of minder poten zich weer kunnen concentreren op hun kernkwaliteit, het hulpverlenen.
Natúúrlijk mag je van iederen vragen dat ie meegaat met nieuwe eisen die gesteld worden, maar er is blijkbaar een menselijke maat waarmee rekening gehouden moet worden. Als de benodigde competenties in het team zitten –in termen van Rolf Baarda: ‘rood’ personeelsmanagement- , hoeft niet ieder individu in het hokje te passen.
Laten we er vanuit HR aan werken dat de menselijke maat centraal komt te staan – ‘groen’ personeelsmanagement -en het organisatie- en takenontwerp daaraan wordt aangepast in plaats van andersom de mens in de organisatiehark en in een functieprofiel te persen, tot we alleen nog maar met disfunctioneerders blijven zitten in plaats met imperfecte mensen, die ondertussen wel allemaal een of meerdere unieke talenten bezitten die de organisatie tot een succes kunnen maken!
www.hrmcollege.nl
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland