In het kader van diversiteit is cultuurvrij testen een hot issue onder assessment psychologen en wellicht ook bij u als HRM´er.
Om u meteen ook maar uit de waan te helpen: cultuurvrij testen is niet mogelijk en mijns inziens ook niet altijd nodig.
Wanneer een test gebruikt wordt als selectiemiddel is het gebruik van een cultuurvrij instrument minder belangrijk, aangezien de geteste persoon ook gaat werken in een bepaalde culturele context en het vergelijken van kandidaten onderling belangrijk kan zijn in een selectiesituatie. Wanneer het om een potentieelinschatting gaat of een ontwikkelingsvraag, welke meer individugericht is, dan is de context en daarmee ook de culturele achtergrond van de geteste belangrijk om mee te nemen in de oordeelsvorming.
Om een test het juiste te laten meten, is het allereerst van belang dat iemand de taal waarin de test wordt afgenomen beheerst. Wanneer dat niet het geval is, kan niet gezegd worden dat de test meet wat hij pretendeert te meten.
Verder is het belangrijk dat de geteste bekend is met psychologische tests of het maken van een toets onder tijdsdruk en/of bijvoorbeeld het geven van meekeuze antwoorden. Het Nederlandse schoolsysteem is hier op ingericht, maar in niet-Westerse landen zijn dit minder bekende fenomenen, welke ook van invloed kunnen zijn op iemands prestatie op een test en dus een verkeerd beeld kunnen schetsen
Als testinterpreteerder is het belangrijk om rekenschap te geven van iemands culturele achtergrond en dit ook mee te nemen in de weging van de testresultaten. Verder is het belangrijk om de persoon af te zetten tegen de juiste context of normgroep.
Bij cognitieve capaciteitentesten is het vooral belangrijk om te bekijken waar iemand zijn Lagere School heeft gevolgd. Uit onderzoek (Van den Berg & Bleichrodt) is gebleken dat eerste generatie volwassen allochtonen die voor hun zevende levensjaar naar Nederland zijn gekomen beduidend hoger scoren op de Multiculturele Capaciteiten Test dan volwassen allochtonen die op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen en zij verschillen niet significant van autochtonen qua fluid intelligence (basaal redeneervermogen), wel bestaan er geringe verschillen met autochtonen qua chrystallized intelligence (is afhankelijk van leerervaringen en van het belang dat gehecht wordt aan bepaalde vaardigheden).
Tweede generatie allochtonen blijken qua beide soorten intelligentie niet meer significant te verschillen van autochtonen.
In het verlengde hiervan kan ook ten aanzien van persoonlijkheidstests en waardentests opgemerkt worden dat het bij het interpreteren van de testresultaten belangrijk is om de achtergrond van de kandidaat mee te nemen. Afzetten tegen allochtone of autochtone normgroep kan namelijk een ander beeld geven en maakt dat het lastiger is om de scores te kwantificeren. Dit is belangrijk om mee te nemen als testinterpreteerder om zo een genuanceerd beeld te kunnen schetsen wat aansluit op de onderzoeksvraag.
Cultuurvrij testen bestaat niet en dus is het juist belangrijk om rekenschap te geven van de invloed van cultuur op en de betekenis ervan voor iemands functioneren.
Labels (tags): assessment, cultuur, cultuurvrij, diversiteit
Deze content delen
Facebook
Je moet lid zijn van HRbase om reacties te kunnen toevoegen!
Join HRbase