Eenzijdige wijziging deelnemersbijdrage pensioenpremie kan niet door de beugel

Recent oordeelde het Hof Den Bosch opnieuw dat aan eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden zware eisen worden gesteld. Instemming van de ondernemingsraad was in dit geval onvoldoende om de eenzijdige wijziging acceptabel te achten (ECLI:NL:GHSHE:2018:685).

In deze zaak speelde het volgende. Werkgeefster, een handelaar in kansspelautomaten, kende voor haar werknemers op basis van de arbeidsovereenkomst een premievrije pensioenregeling. Omdat de kosten daarvan aanzienlijk waren (en premievrije pensioenregelingen steeds minder gangbaar) besloot werkgeefster een premiebijdrage van haar werknemers te gaan vragen. Met een aantal stappen zouden de werknemers uiteindelijk 30% van de totale premie moeten betalen. In dit verband sloot werkgeefster een overeenkomst met de groepsondernemingsraad (GOR). Vijf van de bijna 600 medewerkers waren het hier echter niet mee eens en gingen naar de kantonrechter.De arbeidsovereenkomst tussen werkgeefster en werknemers bevatte een eenzijdig wijzigingsbeding op grond waarvan werkgeefster de bevoegdheid had bedongen in de arbeidsovereenkomst voorkomende arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen.

Werkgeefster werd in eerste instantie door de kantonrechter werkgeefster in het gelijk gesteld, maar de werknemers namen hier geen genoegen mee en tekenden hoger beroep aan bij het Hof. Bij het Hof voerde werkgeefster de volgende redenen aan voor de doorgevoerde eenzijdige wijziging:
a. door gewijzigd overheidsbeleid en de huidige economische en financiële situatie zijn de bedrijfsresultaten sterk onder druk komen te staan;
b. verslechterde bedrijfsresultaten noodzaken tot kostenbeheersing;
c. de pensioenregeling is niet meer van deze tijd en niet marktconform;
d. de pensioenregeling is zeer kostbaar door de stijging van de pensioenpremies als percentage van de salarissom;
e. het doorvoeren van de nieuwe premieverdeling is noodzakelijk om de continuïteit van de onderneming te kunnen waarborgen.

Het Hof oordeelde anders dan de kantonrechter dat werkgeefster onvoldoende had aangetoond dat de door werkgeefster aangevoerde belangen bij de wijziging in redelijkheid zou moeten wijken voor de belangen van de werknemers bij handhaving van de bestaande regeling: Het bedrijfsresultaat van werkgeefster was al jarenlang positief en uit niets bleek dat het vragen van een werknemersbijdrage (een “loonoffer”) noodzakelijk was om het bedrijf te doen overleven.

Vaak wordt gedacht dat een eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden is toegestaan als de (groeps)ondernemingsraad met een dergelijke wijziging akkoord gaat. Het Hof oordeelde evenwel dan dat de enkele overeenstemming met de (G)OR niet automatisch voldoende is om een eenzijdige wijziging te rechtvaardigen. Ook het feit dat van de bijna 600 werknemers er slechts vijf “tegen” waren, achtte het Hof niet doorslaggevend. Werkgeefster haalde bakzeil en moet de reeds ingehouden bijdragen restitueren.

Peter Lindenbergh
Bas westerhout
Lieshout Westerhout Advocaten

Aantal keer bekeken: 111

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Jan vd Zanden on 8 maart 2018 at 8:45pm

De oude uitspraak van de HR dat instemming van de OR een "zwaarwichtige reden" impliceert in relatie tot 7:613, blijkt nu nog maar een zeer beperkte betekenis te hebben.

Reactie van bas westerhout on 8 maart 2018 at 3:46pm

Dat werd tijd.....:)

Reactie van Jan vd Zanden on 8 maart 2018 at 1:32pm

Ik ben overtuigd.... Instemming (G)OR helpt maar heel beperkt om eenzijdig de AOVK te wijzigen..