Werknemer is in 1995 bij werkgever in dienst getreden. Werknemer had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en heeft deze opgezegd tegen 31 januari 2008. Echter, op 11 januari trad werknemer weer in dienst van werkgever en is een contract voor bepaalde tijd voor de duur van 1 jaar aangegaan. Werkgever vroeg vervolgens een ontslagvergunning aan bij het UWV en heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer op 1 augustus 2010 opgezegd. Na deze opzegging heeft de werknemer een vordering ingediend op grond van kennelijk onredelijk ontslag, omdat het aan hem verleende ontslag onregelmatig is gegeven.
Werknemer stelt dat er weliswaar toestemming is verleend door het UWV, doch de werkgever heeft de vergunning in de eerste plaats door misleiding gekregen. Van bedrijfseconomische omstandigheden is geen sprake. Voorts heeft de werkgever het afspiegelingsbeginsel niet juist gehanteerd bij het vaststellen van de ontslagvolgorde. Er is namelijk gekozen voor het jaar 2008 in plaats van 1995. Dit is volgens de werknemer in strijd met de Ragetlie-leer (artikel 7:667 lid 4). Daarbij beroept werknemer zich ook op het gevolgencriterium (de gevolgen van de opzegging zijn voor hem te ernstig in vergelijking met het belang van de werkgever).
Lees verder op hrnetwerk.nl.
Bron: HRnetwerk
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland