Inclusie, keuzes en maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Afgelopen week plaatste ik, een blog over Sofiane Boussaadia, beter bekend als Boef. Hierin gaf ik aan enorme bewondering te hebben voor zijn mentale kracht en de manier waarop het hem is gelukt om succesvol te worden en zijn sociale milieu te ontstijgen. Vervolgens viel heel Nederland over hem heen na vrouwonvriendelijke uitspraken en vroeg ik me af wat ik hier allemaal van moest vinden.

Wat ik meestal doe, als ik het gevoel heb dat ik het lastig vind om complexe materie te reduceren tot een simpele opvatting, is de oude sociologische grootmeesters er weer eens bij pakken. Inclusie en diversiteit valt bij de meeste bedrijven onder het maatschappelijk verantwoord ondernemen, met als doelstelling om sociale gelijkheid te bevorderen. Dan kan het geen kwaad om eens iets beter te kijken naar de manier waarop ongelijkheid in een maatschappij tot stand komt en op welke manier we ons willen verhouden tot die verantwoordelijkheid.

Vlees en bloed
Een van de meest invloedrijke sociologen van de twintigste eeuw is Norbert Elias (1897 – 1990). Hij staat bekend om zijn meesterlijke vervlechting van de geschiedenis en de sociologie en schreef een mooi onderzoek over sociale ongelijkheid en de dynamiek tussen verschillende groepen: ‘Gevestigden & Buitenstaanders’. Ook zette hij zich zijn hele carrière af tegen het beeld dat de samenleving los staat van een individu. Hij omschreef het zelf als volgt:

Het theoretisch model dat mensen voor ogen hebben wanneer zij over de verhouding van zichzelf tot de ‘maatschappij’ nadenken, komt vaak overeen met een reeks cirkels. In het midden van deze concentrische cirkels denkt men zichzelf, als een ‘ik’ of ‘ego’. Alle cirkelbanen daaromheen vormen de maatschappij. Het dichtst om de ik-persoon staat het gezin, die weer wordt omvat door een groter geheel. (…) Afhankelijk van de levensfase kan dat (…) het bedrijf zijn waar men werkt.

Volgens Elias is men geneigd om zichzelf los te zien van de maatschappij, maar dat was in zijn ogen niet handig, omdat sociale kaders niet kunnen bestaan zonder mensen van vlees en bloed. Bovendien ‘voelen’ mensen de aanwezigheid van sociale invloeden, die een zekere ‘dwang’ op hen uitoefenen, wat weer van invloed is op de psycho-sociale ontwikkeling en het zelfbeeld van een individu en een groep en hun positie in de samenleving.

Koersvast
Ik adviseer bedrijven om hun kernwaarden omtrent inclusie en diversiteit vast te leggen in de visie en strategie van het bedrijf. Dat geeft houvast in roerige tijden en zorgt ervoor dat je koersvast bent, ook als je even wind tegen hebt of de wind uit onverwachte hoek komt. Dat kan betekenen dat je voor de buitenwereld tegen de status quo ingaat. So be it. De maatschappij staat niet los van ons handelen, maar wordt gevormd door de totaliteit van de keuzes van ieder individu. Ook van het mijne dus.

Be.People. heeft als kernwaarden dat groei richting sociale gelijkheid onder andere voortkomt uit vertrouwen, de potentie in mensen zien en zelfreflectie. Dat geldt voor alle mensen. Ook, nee, juist als het even tegen zit. Dat betekent dus in de praktijk dat mensen fouten kunnen maken, de mogelijkheid moeten krijgen om daarover na te denken, ervan te leren en een betere versie van zichzelf te worden en dat vooral niet opgeven. Dat nooit. Dus ga ik tegen de status quo in? Vast wel. Is dat erg? Ik hoop dat Elias zou zeggen van niet.

Fiona Harmsen is cultuursocioloog en oprichter van Be.People. (www.be-people.com), een innovatieve consultancy die zich bezighoudt met diversiteit, inclusie en well-being.

Aantal keer bekeken: 138

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland