Het klinkt een beetje gezwollen, maar ook in de arbeidsrelatie is het uitwisselen van informatie van essentieel belang.
Casus: een milieumedewerker (Fred) verschaft op aanvraag informatie aan belanghebbenden: makelaars, huizenkopers, projectontwikkelaars, gemeenten e.d. Hij doet dit al een aantal jaren en werkt zelfstandig aan zijn taken. Sinds enkele jaren echter werkt hij in een geprivatiseerde setting. Zijn leidinggevende (Hans) probeert zo efficiënt mogelijk te werken en stimuleert zijn medewerkers tot meer productie. Fred ziet zich onder druk gezet en constateert dat hij daardoor niet het werk kan uitvoeren zoals hij dat gewend is. Hij probeert beide heren te dienen: enerzijds zijn professionele en klantgerichte instelling, anderzijds zijn leidinggevende. Dat gaat niet goed. Hans weet niet goed wat Fred allemaal doet en hij twijfelt aan zijn inzet. Meerdere kritische gesprekken leiden uiteindelijk tot een formele negatieve beoordeling en de waarschuwing dat Fred zich moet verbeteren, anders ….
De kritiek concentreert zich rond 2 aspecten: meer productie en betere communicatie.
In het volgende coachingstraject leert Fred dat elke leidinggevende (ongeacht het niveau) een achilleshiel heeft, namelijk de noodzaak om goed geïnformeerd te worden door zijn medewerkers over hun werkzaamheden en alles wat daarbij komt. Dat betekent dat de medewerker zijn leidinggevende
pro-actief,
tijdig,
correct,
volledig en
laagdrempelig moet informeren. Uiteraard mag de medewerker verwachten, bijna eisen, dat de leidinggevende hem informeert over de missie en visie van de organisatie, de positie van de eigen afdeling daarbinnen en de verwachtingen ten aanzien van het functioneren.
Fred begreep dit en begon aan
tijdschrijven. Dagelijks hield hij zijn werkzaamheden bij: voor wie, welke activiteit en hoeveel tijd het kostte. Tijdens de coaching werd het overzicht verder gestroomlijnd, zodat het minder tijd vroeg om in te vullen en toch goed overzichtelijk was. In het vervolg mailde hij op vrijdagmiddag om 16.30 uur dat overzicht naar Hans. Het kwam er op neer dat hij nog steeds dezelfde dingen deed, maar dat nu opschreef. Tijdens een tussentijdse evaluatie van het coachingstraject (Hans, Fred, P&O en de coach) werd Fred de hemel in geprezen. Hans constateerde dat Fred nu veel meer output leverde, beter aanstuurbaar was en ook beter communiceerde. Hans ging zelfs zo ver dat hij aankondigde Freds schema in te willen voeren in de gehele afdeling. Hans voegde er nog wel een waarschuwing aan toe. Fred moest vooral zo blijven werken en niet terugzakken in zijn comfortzone.
Vanwaar toch deze waarschuwing van Hans terwijl hij zo positief was. Het punt was dat Fred af en toe een haastklus kreeg op de vrijdag en vanuit zijn klantgerichtheid dan voorrang gaf aan deze taak ten koste van de tijdige verzending van het weekschema naar Hans. Het niet tijdig ontvangen van dat weekschema was voor Hans het signaal dat Fred dat (weer) vergeten was. Fred moest dus nog leren dat hij altijd
voorrang moet geven aan de tijdige informatieverschaffing van Hans. Hij mag daar alleen van afwijken als hij Hans eerst kan informeren over deze haastklus. Als hij Hans niet zou kunnen bereiken zou hij de haastklus niet moeten uitvoeren. Daar had Fred wel moeite mee.
Natuurlijk is het voor Fred van groot belang om te kijken wie hem die haastklus geeft. Als dat een andere (hogere) leidinggevende is of een zeer relevante relatie, dan is het opportuun als hij daar dan wel prioriteit aan geeft en het de volgende maandag uitlegt aan Hans en gelijk checkt of Hans deze beslissing van Fred accepteert.
Wij zien in de outplacementpraktijk vaak capabele medewerkers die gesneuveld zijn door verkeerde prioriteiten en een gebrek aan transparantie in het werk. Zonde!
Drs Ben Chr. Tomee
www.tomee.nl
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland