HRbase

Arthur Hol

Langere opzegtermijn pakt niet altijd goed uit voor werknemer

In korte tijd ben ik het de laatste maand twee keer tegengekomen: organisaties met arbeidscontracten waarin standaard, zonder dat een CAO daartoe verplicht, een opzegtermijn van twee maanden voor de werknemer geldt -en ingevolge een daartoe strekkende bepaling in het BW- een twee keer zo lange opzegtermijn voor de werkgever geldt, vier maanden.

In beide gevallen ging het om relatief kleine organisaties, waar de zorg van de werkgever duidelijk lag bij de continuïteit van de werkzaamheden, die met een opzegtermijn van vier maanden in plaats van het wettelijk minimum van één maand beter geborgd lijkt.

En in beide organisaties vond onlangs een ontslag op staande voet plaats.

Onbedoeld neveneffect van de op het oog werknemervriendelijke ‘werkgeveropzegtermijn van vier maanden is, dat het de kans sterk verkleint dat partijen na een ontslag op staande voet tot een regeling komen, waarbij de werknemer direct een WW-uitkering kan krijgen.

Uitgangspunt van het UWV is, dat de werknemer bij het treffen van een beeindigingsregeling de opzegtermijn in die regeling verdisconteert.

Bij een termijn van één maand is een werkgever vaak nog wel bereid die voor zijn rekening te nemen, al was het maar om advocaat- en procedurekosten te beperken, maar als dat vier maanden worden, wordt dat menig werkgever te veel, zeker als het om korte dienstverbanden gaat.

Gevolg: er komt óf helemaal geen regeling tot stand, het is voor de werkgever immers vaak goedkoper om zich in de loondoorbetalingskortgeding te verweren en een ‘ontbindingsprocedure voor zover vereist’ te voeren , óf de werknemer neemt genoegen met een lagere vergoeding, met als gevolg dat UWV pas 2 of 3 maanden na de beeindigingsdatum een WW-uitkering toekent, nadat de ‘fictieve opzegtermijn’is doorlopen.

Mocht een werkgever voor de optie kiezen de volle vier maanden maar door te betalen, dan komt er mogelijk in de ogen van de organisatieleden een wel heel erg hoge premie op verwijtbaar gedrag te staan..

Advies aan werkgevers is om eens kritisch te heroverwegen, of deze werknemervriendelijke contractsbepaling in de praktijk wel zo werknemersvriendelijk uitpakt en de belangen van de werkgever niet onevenredig schaadt. Het probleem speelt namelijk niet alleen onderhandelingen na een ontslag op staande voet, maar bij alle beeindigingsregelingen, ongeacht de vraag of de ontslaggrond een dringende reden, een verstoorde arbeidsverhouding, disfunctioneren of de bedrijfseconomische situatie is.

Opmerking

Je moet lid zijn van HRbase om reacties te kunnen toevoegen!

Join HRbase

Bart Vrijaldenhoven Reactie van Bart Vrijaldenhoven on 10 februari 2010 at 10:48am
Op zichzelf is het zeker zo dat lange werkgeversopzegtermijnen in de praktijk een hobbel vormen voor het treffen van een beëindigingsregeling. In aanvulling op het artikel van Arthur Hol maak ik graag een paar nuanceringen.

1. We hebben het hier over de fictieve opzegtermijn in het kader van de WW. De werknemer wil immers direct aansluitend aan het ontslag een WW-uitkering ontvangen. Door het voeren van een pro forma ontbindingsprocedure bij de kantonrechter wordt de fictieve opzegtermijn met één maand gekort (met dien verstande dat altijd één maand moet overblijven).

Aardig is te noemen dat minister Donner overweegt deze kortingsmaand af te schaffen. Meer daarover in de nieuwsrubriek van www.ontslagdossier.nl.

2. Er is alleen sprake van een fictieve opzegtermijn als er een ontslagvergoeding is. Geen ontslagvergoeding, geen fictieve opzegtermijn. Wel kan dan sprake zijn van een benadelingshandeling door de werknemer. Het UWV stelt dan dat de werknemer heeft meegewerkt aan een nodeloze vervroeging van de ontslagdatum. Ook daarvoor kan naar mijn oordeel een goed ingerichte pro forma ontbindingsprocedure een oplossing bieden.

3. De verdubbelingsregel van de opzegtermijnen heeft tot veel jurisprudentie geleid, ook voor de situatie dat in het arbeidscontract in strijd met de verdubbelingsregel voor de werkgever en de werknemer gelijke opzegtermijnen zijn opgenomen. Voorbeeld: in het arbeidscontract staat dat zowel de werknemers- als de werkgeversopzegtermijn 2 maanden is. Wat heeft dan te gelden? Bedraagt de werkgeversopzegtermijn dan toch 4 maanden (verdubbelingsregel) of geldt de wettelijke opzegtermijn, omdat de contractuele afspraak strijdig is met de wet?

In de verhouding werkgever-werknemer geldt dat alleen de werknemer zich er op kan beroepen dat de contractuele afspraak in strijd is met de verdubbelingsregel. Zegt de werknemer op, dan kan hij daarom volstaan met de wettelijke opzegtermijn van één maand. Als de werkgever opzegt, kan de werknemer hem echter aan de opzegtermijn van 4 maanden houden. De gedachte hierachter is, dat de verdubbelingsregel er is om de werknemer te beschermen en het is dan ook alleen de werknemer die zich op een eventuele ongeldige afspraak kan beroepen.

Een lange inleiding om tot mijn punt te komen: welke fictieve opzegtermijn moet het UWV hanteren ingeval van een dergelijke onjuiste contractuele afspraak? De Centrale Raad van Beroep heeft uitgemaakt - vanuit het oogpunt van praktische toepasbaarheid van de regels - dat het UWV ingeval van een dergelijke onjuiste contractuele bepaling in alle gevallen voor de fictieve opzegtermijn moet terugvallen op de wettelijke werkgeverstermijn. En bij korte dienstverbanden is die maar één maand.

Het loont in dit soort zaken dus de moeite op te onderzoeken of het arbeidscontract wellicht ter zake van de verdubbelingsregel een fout bevat, om vervolgens de werknemer er in het beëindigingsoverleg op te wijzen dat het UWV in het kader van de fictieve opzegtermijn de wettelijke werkgeversopzegtermijn zal hanteren.
Ruud van Gerrevink Reactie van Ruud van Gerrevink on 9 februari 2010 at 12:58pm
Ik vind het wat ver gaan om strategieën te bedenken voor de werknemer die van plan is verwijtbaar gedrag te vertonen.

Een werkgever die niet verder wil met een werknemer die verwijtbaar gedrag heeft vertoond, zou ik altijd adviseren om een ontbindingsprocedure te volgens daar de rechter doorgaans eerder genegen is om een verstoorde arbeidsrelatie te respecteren (waarna hij de verwijtbaarheid in factor c kan verwerken). In mijn visie zou de WW uitkering bij een aan de werknemer verwijtbaar ontslag (c<1) überhaupt niet aan de orde moeten komen.
Arthur Hol Reactie van Arthur Hol on 8 februari 2010 at 10:56pm
Dag Ruud, e motivatie voor de werkgever is om een langere opzegtermijn op te nemen is zoals ik schreef , 'de continuïteit van de werkzaamheden, die met een opzegtermijn van vier maanden in plaats van het wettelijk minimum van één maand beter geborgd lijkt', dat is uiteraard een vorm van eigenbelang.

Het is op het eerste zicht natuurlijk wel in het belang van een werknemer, en daarmee een werknemervriendelijke bepaling, dat je contract pas vier maanden na opzegging eindigt, in plaats van al na een maand.

Het probleem van een werknemer die verwijtbaar gedrag heeft vertoond is, dat het met zo'n lange opzegtermijn voor de werkgever financieel veel aantrekkelijker is om géén regeling te treffen en het maar op een procedure aan te laten komen, met als consequentie voor de werknemer dat hij mogelijk met lege handen komt te staan en pas maanden later eventueel een WW-uitkering gaat ontvangen. Als je reden hebt om te vrezen dat je gedrag wel eens als verwijtbaar kan worden aangemerkt is het niet zo veilig af te wachten of je werkgever een ontslagvergunning aanvraagt; misschien wendt hij zich wel tot de kantonrechter, die niet aan opzegtermijnen is gebonden.
Ruud van Gerrevink Reactie van Ruud van Gerrevink on 8 februari 2010 at 8:46pm
Grappig dat je er kennelijk van uit gaat dat een langere opzegtermijn om "werknemersvriendelijke" redenen wordt opgenomen. Er kan maar 1 reden zijn voor een bedrijf om een langere termijn op te nemen, namelijk dat een langere opzegtermijn in belang van het bedrijf wordt geacht bijvoorbeeld om meer tijd te hebben om een moeilijke vacature in te vullen.

Voor de werknemer is het "probleem" van de UWV korting eenvoudig op te lossen: je gaat niet akkoord met een beëindigingsovereenkomst waar een kortere opzegtermijn in staat. Laat de werkgever dan maar een vergunning aanvragen.

Spotlight

Bart Vrijaldenhoven

Bernhaege Advocaten
...Het contract deed ik in het personeelsdossier en heel even dacht ik dat ik klaar was... Lees het interview

Laatste wijziging

Het profiel van Hans Gelok is gewijzigd
13 minuten geleden
Iedereen kan een VAR aanvragen (en krijgt die vervolgens ook). Het hebben van een VAR zegt helemaal niets. Veel belangrijker is om te kijken wat er op die VAR staat. Als de werkzaamheden zijn gekwalificeerd als 'VAR-loon' of 'VAR-row (= resultaat ui…
23 minuten geleden
Dag Wiesje, hoe maak je van managers leiders? De kracht van de 12 vragen schuilt voor mij in de analyse van de problematiek. Zichtbaar maken hoe het met het leiderschap is gesteld. Op basis van de uitkomsten kan dan eerst de waarom-vraag aan de orde…
35 minuten geleden
Karin van Lieshout, rita, Madeleine Baartmans en nog 3 anderen hebben zich aangesloten bij HRbase
40 minuten geleden
Mijn eerste reactie is het opsommen van een behoorlijke waslijst, maar dat zou jou/jullie niet echt helpen. Ik denk dat het goed is om een aantal vragen te beantwoorden of beantwoord te krijgen: Hoe belangrijk is voor jullie de verbinding met beoor…
1 uur geleden
1 uur geleden
1 uur geleden
1 uur geleden

VNU Media © | Algemene Voorwaarden HRbase | Privacy HRbase  | Adverteren|

Banners  |  Probleem rapporteren?  |  Privacy  |  Algemene voorwaarden