Het is alweer een tijdje geleden dat de laatste functiebeschrijving mijn pen verliet. Dat edel ambacht heb ik – ahum - nu aan anderen overgedragen. Maar, toegegeven, ik heb het altijd met veel plezier gedaan. Niet dat het werk hoog in aanzien stond, zeker niet. In mijn actieve schrijfperiode was functieanalyse een vak voor junioren en gesjeesde ingenieurs. Jammer, want op de keper beschouwd zit er weinig verschil tussen het schrijven van een blog en het beschrijven van andermans werk. Allebei is leuk.
Ik vrees dat ik dat uit moet leggen.
Je moet iets hebben met taal. Dat ten eerste. Anders wordt het niks. En, je moet wat hebben met de mens achter het werk. Je moet het interessant vinden om boven op een stinkende vuilnisstort met bulldozermachinisten over hun dagbesteding te praten (“boven op die berg is de mooiste plek op aarde”), bij kraandrijvers te informeren naar de greppel die door hen net gegraven is (“hele kunst meneer, kan niet elke collega hoor”), met beveiligingsmedewerkers over hun beroepsethiek te spreken (“ik ben altijd bereikbaar, als het moet midden in de nacht”), je moet oprecht geïnteresseerd zijn in de onmisbaarheid van de vuilniswagenchauffeur (“in de kerstnacht moeten strooien, da’s belangrijk werk meneer”) en attent vragen naar de trots van de portier (“zonder mijn toestemming komt niemand binnen”). En dat schrijf je dan op. Zo simpel is het, denk ik.
Collega in het vak Wouter Verschuur hield eens een lezing over de ‘raison d’être’ van de functiebeschrijving. Niet zomaar een ‘doel’ boven het takenlijstje zetten, maar een volzin die antwoord geeft op de vraag: waarom is deze functie op aarde? Ik hou daar wel van. Neem nu mijn eigen Officemanager. Doe ik haar een plezier met ‘verrichten van administratieve werkzaamheden voor de directeur’? Hou op, schei uit. Mijn ode aan haar zou luiden: ‘voldoening scheppen uit het kloppend maken van het volledige financieel administratieve proces, zodat de accountant en ik er geen omkijken naar hebben’.
Daar kun je mee aankomen, toch?
Goed, misschien mag het een onsje minder, maar Verschuur heeft hier wel een punt. We moeten goed beseffen voor wie die functiebeschrijving is bestemd. Medewerkers krijgen nog wel eens een epistel onder ogen waarin zij hun eigen werk maar moeilijk herkennen. “Is dit wat ik doe? Ik doe toch veel meer!” En vaak hebben ze gelijk, ze doen ook veel meer dan jij in je beschrijving hebt vermeld.
In onze drang naar beknoptheid (“niet meer dan één A4) en reductie (“het aantal functiebeschrijvingen wordt drastisch teruggebracht”) vergeten we misschien een belangrijk aspect: acceptatie. Acceptatie is gebaat bij herkenning, want herkenning betekent waardering. En waardering geeft veiligheid, zekerheid, kortom, datgene waar zoveel van ons naar op zoek zijn.
Waarom, denk ik wel eens, lijken zoveel personeelsinstrumenten eerder bedoeld om mensen te frustreren dan hen te stimuleren. Weet u het?
Rolf Baarda
www.bureaubaarda.nl
De volgende blog 'An inconveniënten truth' gaat over mijn blooper op het vlak van bezwarende werkomstandigheden.
Je moet lid zijn van HRbase om reacties te kunnen toevoegen!
Join HRbase