Ontslag? Blijf weg bij de Kantonrechter. Kies voor mediation!

Met trots kondigde de Rijksoverheid op 1 juli 2015 aan dat het nieuwe ontslagrecht eenvoudiger, sneller en minder kostbaar zou worden voor de werkgevers. Het tegendeel blijkt echter al kort nadat de Wet werk en zekerheid (Wwz) van kracht is geworden. De doelstelling van de Wwz is het bewerkstelligen van structurele verbeteringen van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Met de huidige opzet van de Wwz wordt die doelstelling niet gehaald.

Twee ontslagroutes
Met de invoering van het nieuwe ontslagstelsel in de Wwz per 1 juli 2015 is het nieuwe ontslagrecht van toepassing geworden. Vanaf die datum hebben werkgever niet meer de vrije keuze tussen het vragen van toestemming bij het UWV om de arbeidsovereenkomst te beëindigen of om de Kantonrechter te verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Het UWV komt in beeld als het gaat om ontslag wegens bedrijfseconomische redenen of langdurige ziekte. En voor de overige ontslaggronden (disfunctioneren of verstoorde arbeidsrelatie) moet men naar de Kantonrechter.

De Wwz is een mislukt product
De ervaringen van werkgevers, advocaten en Kantonrechters geven, enkele maanden na de invoering van de Wwz, aan wat ingewijden voor de invoering van die wet reeds voorspelden: het nieuwe ontslagrecht brengt geen vereenvoudiging in het systeem. Integendeel. Het nieuwe artikel 7:669 lid 3 BW kent acht, limitatief opgenomen, 'redelijke' ontslaggronden. Door de Kantonrechter moet worden beoordeeld of de aangevoerde grond om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan voldoende onderbouwd is en of deze redelijk is om tot ontbinding over te kunnen gaan. Het is dus niet meer zo - zoals in de oude situatie het geval was - dat de verschillende ontslaggronden uit dat artikel mogen worden 'opgeteld' om als geheel een redelijke grond voor ontbinding te kunnen vormen.
Er worden door de rechter strikte eisen gesteld aan dossiervorming.
Uit de nu beschikbare cijfers blijkt dat er na 1 juli 2015 aanzienlijk meer verzoeken tot ontbinding worden afgewezen dan vóór de Wwz het geval was. Dat komt doordat werkgevers onvoldoende dossier beschikbaar hebben om de aangevoerde grond voor ontbinding te onderbouwen.

Ontslag wordt nu vaker onderling geregeld d.m.v. mediation
Ontslagzaken worden dus sinds de invoering van het nieuwe ontslagrecht vaker geschikt, want werkgevers laten het liever niet op een rechtszaak aankomen omdat ze niet over een toereikend dossier daarvoor beschikken.
Om tot een goede schikking te komen blijkt mediation een probaat middel te zijn. Met de inzet van een neutrale buitenstaander (bijvoorbeeld een arbeidsmediator of een professioneel bemiddelaar), die deskundig is op het gebied van arbeidsverhoudingen, komen werkgever en werknemer met elkaar in gesprek om een akkoord te bereiken over de wijze waarop de arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd.
Dit akkoord wordt vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst. Als deze overeenkomst voldoet aan de eisen die het UWV daaraan stelt, ontstaat aanspraak op een WW-uitkering.

Drie ontslagroutes
De Wwz biedt nu slechts de dwingende keuze tussen bovengenoemde twee ontslagroutes: het UWV, danwel de Kantonrechter. Er valt voor te pleiten dat mediation als derde - en bij voorkeur de eerste - ontslagmogelijkheid in de Wwz wordt opgenomen. Ik nodig graag uit tot discussie of deze weg leidt tot het beoogde soepeler ontslagstelsel om beweging op de arbeidsmarkt te bewerkstelligen. En of de inzet van mediation voldoende waarborgen biedt voor de rechtsbescherming van werknemers.

Aantal keer bekeken: 150

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland