Vanaf 1 januari 2011 is de methode waarop pensioenoverdrachten (=waardeoverdracht) bij middelloon- en eindloonregeling worden berekend, gewijzigd. Hierdoor is in de media (en bevestigd door verzekeraars) het beeld ontstaan dat werkgevers moeten bijbetalen als hun ex-werknemers overgaan tot waardeoverdracht. Dat werkgevers moeten opdraaien voor deze extra kosten, is echter juridisch moeilijk houdbaar.
Tot 2011 is de overdrachtswaarde gebaseerd op een rekenrente van iets meer dan 4%, vanaf 2011 wordt deze gebaseerd op een rekenrente van nog geen 3%. Een werknemer heeft op grond van de Pensioenwet het recht om bij wisseling van werkgever de waarde van de oude pensioenaanspraken over te brengen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever.
Eenzijdig recht
Dit eenzijdige recht herleeft elke keer dat een werknemer bij een nieuwe werkgever in dienst treedt. Op dat moment kan hij of zij besluiten om alle oude pensioenaanspraken die hij of zij heeft, over te dragen naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Dat geldt ook voor de pensioenaanspraken bij een werkgever bij wie hij of zij bijvoorbeeld tien jaar geleden uit dienst is getreden.
In de oude systematiek kon met name de nieuwe werkgever geconfronteerd worden met bijbetalingen. De nieuwe regels hebben tot gevolg dat het nu de oude werkgever is die geconfronteerd kan worden met bijbetalingen.
Overdrachtswaarde onvoldoende
Als de overdrachtswaarde van de pensioenpolis onvoldoende is ten opzichte van de wettelijke waarde, dan zou dit verschil aangevuld moeten worden door de oude werkgever. Deze oude werkgever wordt dan geconfronteerd met betalingen voor medewerkers die reeds jaren uit dienst zijn. De vraag is of de werkgever überhaupt verplicht kan worden om deze bijbetalingen te doen.
Om antwoord op deze vraag te kunnen geven, is het zaak te beoordelen op grond van welke juridische titel de werkgever verplicht is om deze bijbetaling te doen. In de eerste plaats is het zo dat de werknemer een recht heeft op waardeoverdracht jegens de pensioenuitvoerder die zijn pensioenrechten verzekerd heeft en niet jegens de werkgever. De oude pensioenuitvoerder en niet de werknemer zal bij de oude werkgever moeten aankloppen op het moment dat er naar zijn mening moet worden bijbetaald.
Oude pensioencontract
Vervolgens is het de vraag in hoeverre het mogelijk is om op basis van het oude pensioencontract of op basis van de wetgeving deze betaling af te dwingen. In pensioencontracten is geen rekening gehouden met bijbetalingen nadat de pensioenrechten volledig zijn gefinancierd.
Verder eisen de bepalingen uit de Pensioenwet dat de pensioenaanspraken na het ontslag volledig zijn gefinancierd. Een additionele betaling vragen voor oude pensioenaanspraken is dan ook juridisch moeilijk houdbaar. Ook al zullen verzekeraars daar duidelijk anders over denken.
Afkoopwaarde
Overigens, als de pensioenuitvoerders zich - verwijzend naar de Pensioenwet - op het standpunt stellen dat zij niet de marktwaarde van de verplichtingen in euro's hoeven over te dragen maar alleen de afkoopwaarde (dat is de betaalde premies plus de bijgeschreven interest), zouden zij verdienen aan de wettelijk verplichte waardeoverdracht. De uitvoerders dragen dan namelijk minder dan de marktwaarde van de pensioenaanspraken over, terwijl wel de volledige verplichting van de balans verdwijnt.
Ben je ook geconfronteerd met een nota van voormalige medewerkers? Stuur een email (rogier.kerkhof@haygroup.com) voor meer achtergrondinformatie.
(dit artikel is een bewerking van het FD Artikel van Rogier Kerkhof (hay group) en Kees Pieter Dekker (Clifford Chance)
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland