Hieronder leest u de open brief van Marcel Tillema, algemeen directeur van de NCP Groep (12 aug. '09) aan Staatssecretaris Jette Klijnsma (Ministerie van SZW) waarin hij een plan uit de doeken doet voor bestrijding van de jeugdwerkloosheid.
Onlangs heeft Staatssecretaris Klijnsma het Actieplan Jeugdwerkloosheid aan de Tweede Kamer aangeboden onder de titel ‘Tegen de stroom in’ (Een vervolg op het advies van Hans de Boer, eerder voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkloosheid). Dit plan geeft aan hoe het kabinet in samenwerking met alle betrokken partijen tracht jongeren door de crisis heen te helpen. Zorgen dat ze toch een baan of een leerwerkplaats krijgen, of anders een stageplaats. Of zorgen dat jongeren langer op school blijven, voor een vervolgopleiding of een andere opleiding. Het belangrijkste is: voorkomen dat grote groepen jongeren straks thuiszitten, zonder werk of school. Voor het plan is € 250 miljoen uitgetrokken.
Op de Jeugdwerktop in Den Haag hebben de wethouders van de dertig arbeidsmarktregio’s aangekondigd om vóór 1 september 2009 de uitgewerkte plannen te presenteren ter bestrijding van de oplopende jeugdwerkloosheid. De inzet is dat er eind dit jaar geen jongeren ongewild thuis op de bank zitten. Dit staat centraal in een verklaring die VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma namens alle wethouders ondertekende.
Open brief aan Staatssecretaris Jette Klijnsma (Ministerie van SZW)
Excellentie,
Het baart mij zorgen dat de jeugdwerkloosheid stijgt. Vooral werkgevers mogen en kunnen niet lijdzaam toezien hoe kennis, kunde en werkgelegenheid verloren gaan. Gelukkig is ons kabinet inmiddels met het ‘actieplan jeugdwerkloosheid’ gekomen.
Niet dat ik ons kabinet in de wielen wil rijden, integendeel zelfs. Maar omdat ik vind dat ook ondernemers hun verantwoordelijkheid moeten nemen denk ik als ‘arbeidsmarktdeskundige’ graag mee en doe ik u in deze open brief een aantal suggesties aan de hand in de vorm van een simpel plan. Overigens realiseer ik mij dat mijn ideeën wellicht niet nieuw zijn, dat ook anderen met dergelijke suggesties kunnen komen. Maar lijdzaam toekijken is ‘niet zo mijn ding’, vandaar.
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst!
Organisaties doen er goed aan om te letten op de samenstelling van de personeelspopulatie en een goed beleid hierop te voeren. Uit eerdere recessies is gebleken dat er in crisistijd vaak een gat ontstaat in de personeelspopulatie door onvoldoende aanwas van jonge medewerkers. Deze jonge medewerkers zijn onbevangen en hebben vaak creatieve ideeën of een vernieuwende blik op organisaties, kortom we hebben ze eigenlijk hard nodig voor een gezonde- en toekomstgerichte bedrijfsvoering. Immers, wie de jeugd heeft, heeft de toekomst! In economisch mindere tijden is het makkelijker gezegd dan gedaan om jongeren aan te nemen en stimulerende maatregelen zijn dan ook zeer gewenst.
De jeugdwerkloosheid stijgt op dit moment enorm en dit is slecht voor de werkloze zelf, slecht voor het bedrijfsleven en slecht voor onze (kennis)economie.
Actieplan jeugdwerkloosheid
Gelukkig blijkt uit uw plannen dat het kabinet wil voorkomen dat jongeren langdurig aan de kant staan zoals in de jaren tachtig is gebeurd en vindt u het daarom van groot belang om nu in deze crisistijd snel met extra maatregelen voor jongeren te komen. U bent van mening dat voorkomen moet worden dat jongeren aan hun lot worden overgelaten. Dit is slecht voor de jongeren zelf, maar ook voor de samenleving nu en op de lange termijn.
Basis voor mijn voorstel ‘bestrijding jeugdwerkloosheid’
De basis voor mijn suggesties en betoog is drieledig: Allereerst moet er een ‘win win situatie’ worden gecreëerd voor alle partijen. Ten tweede moeten we uitgaan van een ieders ‘eigen verantwoordelijkheid’ en ten derde is ‘geld’ uiteraard een belangrijk issue.
Pragmatische aanpak
Het kabinet wil met het actieplan Jeugdwerkloosheid mogelijkheden bieden om met alle partijen samen – tegen de stroom in – kansen voor jongeren op werk toch overeind te houden. Mijns inziens kan een kabinet geen betere doelstelling definiëren. Het succes van iets dergelijks is alleen te realiseren met een pragmatische aanpak en deze zo simpel mogelijk te definiëren, te communiceren en vooral uit te voeren!
Stilstand is achteruitgang
Bedrijven hebben wel werk, maar ‘durven’ of kunnen vanwege onvoldoende financiële middelen geen extra medewerkers aannemen en jongeren komen daarom onnodig aan de kan te staan. Zowel de betrokken jongeren als de organisaties komen daarom achterop of stil te staan in hun ontwikkeling. Stilstand is in dit geval achteruitgang voor werklozen, organisaties en onze (kennis)economie.
Wie niet werkt zal ook niet eten
In een goed Boek staat: ‘wie niet werkt zal ook niet eten’. Mijn voorstel is simpel en borduurt voort op het actieplan jeugdwerkloosheid en op het ‘wie niet werkt zal ook niet eten principe’. Het lijkt mij goed om vooral de eigen verantwoordelijkheid van de werkloze jongeren aan te spreken en te stimuleren. Mijn definitie van jeugdwerklozen is de groep jongeren tot en met 25 jaar.
Simpel plan: Doe(l)baan
Mijn idee is om de jeugdwerklozen het volgende te bieden:
Jongeren die langer dan 3 maanden werkloos zijn, krijgen bij werkgevers in Nederland de gelegenheid om een jaar lang een baan te krijgen met behoud van uitkering. Dit noem ik een ‘doe(l)baan’ en de persoon in kwestie noem ik een ‘doe(l)baan jongere’. Het doel hiervan is dat jongeren zich verder kunnen ontwikkelen (doel) en actief blijven op de arbeidsmarkt (doen).
Bijkomend voordeel hiervan is dat organisaties zo de kans krijgen om in economisch mindere tijden toch autonoom te groeien en dat zij kunnen kennismaken met nieuwkomers op de arbeidsmarkt.
Nadat de doe(l)baan jongere een jaar in dienst is bij een bepaalde werkgever wordt er met bijvoorbeeld het UWV werkbedrijf geëvalueerd. Indien de jongere bij de werkgever kan blijven werken zal de werkgever voor de duur van een half jaar, naast de uitkering, een bepaald percentage (bijv. 15%) extra betalen aan de doe(l)baan jongere. Na dit half jaar zal er wederom worden geëvalueerd en indien de werkgever dan besluit verder te willen gaan met de doe(l)baan jongere, zal deze vanaf dat moment bij de werkgever in dienst treden en zal de uitkering worden stopgezet.
De jongere blijft uiteraard de vrijheid behouden om tijdens de doe(l)baan periode een ‘gewone’ betaalde baan te vinden, zodat hij geen gebruik meer hoeft te maken van de doe(l)baan-regeling. Dit is een extra stimulans om uit de uitkeringspositie te komen en kan eventuele misbruik voorkomen.
Eigen verantwoordelijkheid doe(l)baan jongere
Belangrijk voor het bovengenoemde plan is dat er gezocht wordt naar een stimulerend middel (prikkel) om de werkloze doe(l)baan jongere zelf verantwoordelijk te laten zijn voor het vinden van een doe(l)baan. Dit kan als zodanig een kostenbesparende maatregel zijn die gunstig is voor onze economie, daar er minder hulp nodig is van begeleidende ambtenaren en / of instanties zoals het UWV Werkbedrijf.
Financiering doe(l)banen
Uiteraard realiseer ik mij dat een dergelijke regeling onze maatschappij veel geld zal gaan kosten. Mijn overtuiging is dat de doe(l)banen regeling de economie positief zal beïnvloeden en dat het mogelijk op de langere termijn zelfs besparend kan werken. Het is een ‘out of the box’ idee, waar financiële experts op verder kunnen borduren.
Het voornaamste is dat Nederland een kenniseconomie blijft, dat we onze jonge talenten laten groeien en bloeien, zodat Nederland niet alleen bekend zal staan om haar poldermodel, maar ook als bloemenzee van aanstormend talent in de wereldeconomie.
Hoogachtend,
Marcel Tillema
Algemeen directeur NCP Groep
marceltillema@ncpgroep.nl
www.ncpgroep.nl
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland