Werkgevers willen graag de werkzaamheden van hun werknemers controleren.
Zeker wanneer er het vermoeden bestaat dat de werknemer steelt, of onbehoorlijk gedrag vertoont, is bewijs van een verborgen videocamera gewenst. Omdat door verborgen cameratoezicht inbreuk op het privacyrecht van de werknemer wordt gemaakt, is het cameratoezicht aan een aantal strengen eisen gebonden.
De werkgever zal moeten beargumenteren dat het belang van de onderneming om camera’s op te hangen, zwaarder weegt dan het belang van de werknemers op het recht van privacy.
Daarnaast mag de werkgever niet meer inbreuk op de privacy van de werknemer maken dan strikt noodzakelijk is. De werkgever mag het cameratoezicht slechts toepassen als uiterste redmiddel. Bovendien dienen de beelden te worden gebruikt waarvoor ze zijn verkregen en dient de werkgever vertrouwelijk met de beelden om te gaan. Ook mag de werkgever niet filmen op toiletten en in kleedkamers.
Tevens dient de werkgever aan het kenbaarheidsvereiste te voldoen. Dit houdt in dat de werknemer weet dat hij gefilmd kan worden. Aan dit vereiste is al voldaan indien de werkgever in bijvoorbeeld een personeelsblad aan de werknemers laat weten dat er bij vermoeden van bijvoorbeeld diefstal gebruik kan worden gemaakt van verborgen camera’s. Daarnaast kunnen bij de ingang van het pand bordjes worden opgehangen waarop de mededeling van verborgen cameratoezicht wordt gedaan. Dit is noodzakelijk indien er klanten/bezoekers kunnen worden gefilmd. Daarnaast zal de ondernemingsraad (indien die er is) met het verborgen cameratoezicht moeten instemmen.
Wanneer niet aan het kenbaarheidsvereiste is voldaan, is er sprake van een strafbaar feit ex artikel 139f Wetboek van Strafrecht. Hier staat een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden of een geldboete van maximaal EUR 19.000,--;
In de praktijk komt het echter regelmatig voor dat de werkgever bovenstaande regels niet in acht neemt. De rechter in een civiele procedure oordeelt dan dat het bewijs onrechtmatig is verkregen en buiten beschouwing dient te worden gelaten. Echter komt het regelmatig voor dat de rechter het bewijs toch toelaat omdat de waarheidsvinding prevaleert.
Yvonne Sørensen, arbeidsrechtadvocaat,
SørensenWeijers&Ko, sorensen@swnk.nl
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland