Ziet u ook zoveel talent de laatste tijd? Ik wel. Maar dat komt ook doordat ik het WK-voetbal in juni intensief gevolgd heb. En hoewel ik aanhanger ben van de inclusieve benadering van talentmanagement – dus iedereen is of heeft talent – zie ik ook grote verschillen. Tussen voetballers. Tussen medewerkers. En dat mag. Nee, dat móét. Organisaties en teams zijn immers juist gebaat bij diversiteit. Diverse teams zijn creatiever en productiever.

Boudewijn Overduin schreef in PW. 7/8 een mooi artikel over de kenmerken van strategisch talentmanagement. A la Covey heeft hij het zelfs over zeven kenmerken van effectief talentmanagement. Hij heeft niets tegen inclusief talentmanagement, maar vindt dat dit niet de enige benadering van talentmanagement moet zijn. Om talentmanagement strategisch in te steken is deze benadering volstrekt onvoldoende, zo betoogt hij. Overduin pleit ervoor om niet vanuit het talent te vertrekken, maar vanuit het strategische belang van de werkzaamheden die in een bepaalde rol verricht (moeten) worden. Zo moeten A-spelers de voor de organisatie van strategisch belang zijnde werkzaamheden verrichten.

En daar kan ik dus wel in meegaan. Op het voetbalveld geldt dat evenzeer. Cristiano Ronaldo en Lionel Messi zijn uitzonderlijke talenten, die elkaar afwisselen als beste voetballer van de wereld. Zij staan dan ook op posities waarin zij het meeste kunnen bijdragen aan het team. Uiteraard klaren zij de klus niet op eigen houtje. Ze zijn afhankelijk van hun teamgenoten, die ballen afpakken van de tegenstander en deze vervolgens naar hun sterspeler spelen.

Echter, talent moet wel tot ontwikkeling komen. Volgens Barbara Martojo, die de cover van PW. 7/8 sierde, is dat een kwestie van talenten zoveel mogelijk vrij laten. “Natuurlijk moet er een kader en een visie zijn, maar daarbinnen mag het gebeuren.”
Volgens mij is dat precies de bedoeling van de Cruyff-courts. Binnen een kader, een afgebakend terrein, leren (straat-)voetballen. Daar komen de echte talenten tot ontwikkeling, zoals ook voetbal legendes Cruijff, Maradona en Pelé - om er maar een paar te noemen - bewezen.

Mijn zoon kijkt dus voetbalwedstrijden op tv niet met mij mee. Hij gaat maar lekker zelf voetballen. Op straat.

Aantal keer bekeken: 188

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland