Billijke vergoeding van twee jaarsalarissen op basis van formule (BV = TV x C) en processtrategie

In februari 2016 oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland over drie door de werkgever ingediende ontbindingsverzoeken. Primair werd ontbinding verzocht wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer) en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Aanleiding van het arbeidsgeschil vormde het door de werknemers ter discussie stellen van de inzet van verborgen camera’s, wat uiteindelijk leidde tot de maatregel van non-actiefstelling met escorte richting uitgang voor de ogen van collega’s. De Rechtbank wees de primaire verzoeken af maar het subsidiaire verzoeken toe omdat de werknemers ter zitting erkenden dat de handelswijze van de werkgever had geleid tot een onherstelbaar verstoorde de arbeidsverhouding. Wel verzochten de werknemers om toekenning van een billijke vergoeding naast de transitievergoeding indien de arbeidsovereenkomsten zouden worden ontbonden.
Ondanks het feit dat de werknemers door dezelfde advocaat werden bijgestaan werd de gevraagde billijke vergoeding in iedere zaak op een andere manier gemotiveerd: in de eerste zaak werd een billijke vergoeding gevorderd op basis van de formule BV (billijke vergoeding) = TV (transitievergoeding) x 4 (correctiefactor), in de tweede zaak werd de billijke vergoeding gevorderd op basis van de formule TV x 3 en in de derde zaak op basis van de formule TV x 2. De kantonrechter matigde de gevorderde billijke vergoeding die was berekend met toepassing van de correctiefactor 4, wees de gevorderde billijke vergoeding die was berekend met toepassing van de correctiefactor 3 toe (wat leidde tot een billijke vergoeding van twee jaarsalarissen!) en verhoogde de gevorderde billijke vergoeding die was berekend met toepassing van de correctiefactor 2.
De werkgever tekende hoger beroep aan tegen de derde uitspraak. Het Hof overwoog in het hoger beroep tegen de derde uitspraak dat de wetgever de rechter weliswaar geen duidelijk handvat heeft gegeven voor de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding, maar dat dit niet wegneemt dat procespartijen de grenzen van de rechtsstrijd bepalen. Als dat gebeurt doordat de verzoeker van een (billijke) vergoeding, een concreet bedrag noemt, dan is het niet aan de rechter om meer toe te kennen dan verzocht. Als de werknemer zijn verzoek om toekenning van een (billijke) vergoeding in hoger beroep niet vermeerderd, kan het hof niet meer toewijzen dan het in eerste aanleg verzochte bedrag. Om die reden werd de beschikking van de Rechtbank waarin een hogere vergoeding was toegekend dan was gevorderd vernietigd en moest deze werknemer in hoger beroep genoegen nemen met de in eerste aanleg verzochte vergoeding die was gebaseerd op de formule BV = TV x 2.
Daarnaast overwoog het hof dat zij niet inziet dat er een rekenkundige relatie zou bestaan tussen de transitievergoeding en de billijke vergoeding, nu zij een geheel andere strekking hebben en de variabelen voor de berekening van de transitievergoeding niets van doen hebben met verwijtbaarheid of billijkheid. De billijke vergoeding dient als compensatie voor de door de werkgever geschonden norm, het daardoor aan werknemer toegebrachte leed en als aansporing voor correct handelen in de toekomst. De hoogte ervan is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.
Hoewel de discussie over de wijze van berekening van de billijke vergoeding nog lang niet is beslecht en (nieuwe) formules worden geïntroduceerd en ook weer worden verworpen leert de uitspraak van het hof ofwel dat de werknemer het oordeel over de hoogte van de billijke vergoeding geheel aan de rechter moet overlaten ofwel in ieder geval bij het vragen van een concrete billijke vergoeding hoog genoeg moet inzetten om te voorkomen dat de rechter minder kan toewijzen dan hij billijk acht.

Bas Westerhout
Lieshout Westerhout Advocaten

Aantal keer bekeken: 164

Plaats een reactie