Herken jij de 4 fasen van samenwerking nog? Fris het op in 2 minuten

Een veel gebruikte indeling voor teamstadia is die naar taakvolwassenheid. Er zijn vier niveaus, lopend van laagvolwassen tot hoogvolwassen. Eigenlijk van peuter naar puber en dan via adolescent naar volwassene. Natuurlijk, de werkelijkheid is genuanceerder, daar zijn afbakeningen nooit zo absoluut. De vier niveaus helpen om een indruk te krijgen van de stand van samenwerking en ze laten je de ontwikkelmogelijkheden van het team zien.

1. Veel conflicten en nauwelijks samenwerking

'Wat een chaos', zou je soms kunnen denken. Hier is echt een verzameling individuen te zien, van een team is gewoonweg geen sprake. Er zijn veel conflicten, er wordt gezocht naar structuur en de teamleden in spé kijken vooral naar hun leidinggevende. Bij een probleem komt eerst de schuldvraag aan de orde en gaat de energie naar het aanwijzen van een schuldige. In overleggen onderbreken teamleden elkaar regelmatig om hun punt te maken. Of ze onderbreken elkaar gewoonweg impulsief. Ze luisteren slecht en stellen nauwelijks vragen om issues helder te krijgen.

2. Naar een collectief

Een team in deze fase is nog steeds eerder een groep dan een team. Weliswaar is er samenwerking, die is onbedoeld vaak gericht op eigenbelang. 'Kun jij iets voor mij regelen, ik heb het zo/morgen/gisteren nodig.' Het is vaak een samenwerking waarbij - om en om - de één de ander uit de brand helpt. De wederkerigheid en het gezamenlijk belang (het teamdoel), nodig voor een goed functionerend team, zijn nog geen gemeengoed. Er is veel behoefte aan het verbeteren van de onderlinge communicatie en elkaar constructief aanspreken. 'Elkaar goed feedback geven' komt vaak voor als behoefte van het team. Veel teams zitten in dit stadium van samenwerking.

3. Een team met aandacht voor elkaar

Het team is bekwaam geworden en werkt effectief samen aan het teamdoel. De onderlinge samenhang tussen de teamleden is goed. Voor een leidinggevende is dit een lekker team, je kunt wat meer op afstand staan. Het team wordt zelfsturend. Het team is trots op zichzelf. Het werkt hard en bereikt veel. En het mag best gecomplimenteerd worden. De keerzijde is dat een team in dit stadium sterk gericht is op de eigen prestaties. Teamleden kunnen zich competitief opstellen naar andere teams en afdelingen. Nieuwe teamleden hebben moeite om te worden toegelaten. En om de teamsfeer intact te houden, kunnen teamleden hun eigen behoefte - bijvoorbeeld aan persoonlijke groei - wegslikken. Of om de relatie in het team niet te verstoren, kan het elkaar open bevragen over motieven achterwege blijven.

4. Goed samenwerken met andere teams, afdelingen of zelfs organisaties

In deze fase is het team een volwassen team geworden. Binnen het team wordt echt samengewerkt. Er is veel vertrouwen tussen de teamleden. Wederkerigheid is hoog en inspringen voor elkaar is de gewoonste zaak van de wereld. Teamleden staan open voor feedback en geven dit constructief aan elkaar. Het team werkt aan doelen die duidelijk gerelateerd zijn aan de organisatiedoelstellingen. Met andere teams en afdelingen is de samenwerking goed. Het team evalueert regelmatig. Nu gaat teamontwikkeling vaak over het anders laten denken en zien door de teamleden.

Dit is een voor HRbase ingekorte versie. Je kunt hier lezen hoe een team zich naar de volgende fase ontwikkelt.

Aantal keer bekeken: 292

Plaats een reactie