Afronding dienstjaren bij toepassing nieuwe kantonrechtersformule

Op 30 januari jl. heeft de Kantonrechter Amsterdam (tijdschrift JAR 2009/44), in een ontbindingsprocedure laten zien hoe de afronding van dienstjaren in de vanaf 1 januari 2009 geldende nieuwe kantonrechtersformule wat hem moet worden toegepast -in lijn met een in januari gedane aanvulling op de aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters.

De werknemer, geboren op 8 juni 1970, is op 16 september 1991 bij de werkgever in dienst getreden in de functie van vrachtwagenchauffeur. Zijn laatstverdiende salaris bedraagt € 2.850,= inclusief spaarloon, te vermeerderen met vakantietoeslag. De werkgever heeft de werknemer op 18 december 2008 op staande voet ontslagen. De werknemer heeft de vernietigbaarheid van het ontslag ingeroepen, waarna de werkgever voorwaardelijk ontbinding heeft verzocht. Voorafgaand aan het ontslag op staande voet was de werknemer een aantal keren gewaarschuwd, onder meer voor het in de laadbak van een vrachtwagen vervoeren van een computer, die daardoor waterschade opliep, voor het zich te laat ziek melden en te laat komen, en voor het onbeheerd achterlaten van een tas met geld. Het ontslag op staande voet is gegeven nadat de werknemer een sleutelbos onbeheerd in de vrachtauto had laten zitten.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van een dringende reden, nu de werknemer 15 jaar naar behoren heeft gefunctioneerd, hij zich de waarschuwingen ten aanzien van te laat komen en ziek melden heeft aangetrokken, de schade aan de computer niet aan hem te wijten is en het sleutelincident wel ernstig is, maar niet ernstig genoeg voor ontslag op staande voet. De kantonrechter ontbindt wel vanwege een wijziging in de omstandigheden. Het is gezien alle incidenten begrijpelijk dat de werkgever geen vertrouwen meer heeft in de werknemer.

Aan de werknemer komt hierbij een vergoeding toe op basis van de nieuwe kantonrechtersformule, waarbij de rechter het redelijk acht de correctiefactor op 0,5 te zetten. De werknemer heeft in totaal 17 dienstjaren. Zijn diensttijd tot zijn 35e bedroeg 13 jaar en 8 maanden. Deze diensttijd zou naar boven moeten worden afgerond. Datzelfde geldt echter voor de diensttijd na het 35e jaar, die 3 jaar en 8 maanden bedraagt. Twee keer naar boven afronden, zou er echter toe leiden dat 18 dienstjaren in aanmerking zouden worden genomen in plaats van 17. Volgens de aanvulling van januari 2009 moet in een dergelijk geval de diensttijd in het hoogste leeftijdscohort naar boven worden afgerond en de andere niet. Dat leidt ertoe dat het aantal dienstjaren tot 35 jaar 13 bedraagt en tussen 35 en 45 jaar 4. Rekening houdend met de wegingsfactoren bedraagt het aantal gewogen dienstjaren dan 10,5 en komt de vergoeding, uitgaande van een salaris van € 3.078,= bruto per maand inclusief spaarloon en vakantietoeslag, en met toepassing van C=0,5 neer op € 16.159,90. Voor een correctie vanwege de arbeidsmarktpositie van de werknemer is onvoldoende aanleiding.

Bron: JAR 2009/44

Aantal keer bekeken: 585

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland