Banenplan vakbonden bedoeld om hun bestaan te rechtvaardigen

Verouderde rol vakbonden
De vakbonden in NL proberen krampachtig om aan hun traditionele, sterk verouderde rol vast te houden, zodat ze hun bestaansrecht kunnen claimen. De realiteit is dat vakbonden wel bestaansrecht zouden kunnen hebben, mits ze zich aanpassen aan de moderne tijd en inspelen op de behoeften van de huidige samenleving.

Banenplan
Het ‘nieuwe banenplan’ van de vakbonden is ook zo’n mooi voorbeeld. Allereerst is het oude wijn in nieuwe zakken, het is een vergelijkbaar idee als de ATV-regeling uit de jaren 80. Een regeling waarvan vrijwel iedereen nu heel erg blij is dat deze eindelijk vrijwel overal niet meer bestaat.

Verder is het een plan dat absoluut zou gaan leiden tot mínder banen in plaats van méér. Zelfs PvdA-coryfeeën zoals Willem Vermeend en Rick van der Ploeg schieten dit plan af. Zo is één van de voorstellen om de belasting bij grote bedrijven fors te verhogen –dit miljarden kostende plan moet immers gefinancierd worden- en het is evident dat dit juist tot banenverlies en een krimpende economie zal leiden.

Een andere maatregel in het plan is dat ouderen minder moeten gaan werken om zo plaats te maken voor jongeren. Als ouderen minder gaan werken, leidt dat zeker niet tot extra banen. Er is in NL een enorme mismatch op de arbeidsmarkt en veel jongeren kúnnen die vrijkomende banen helemaal niet vervullen. Bovendien is het kabinet recent tot de terechte conclusie gekomen dat we met z’n allen tot minimaal 67 jaar moeten gaan werken, omdat een zeer eenvoudig rekensommetje leert dat we het niet meer kunnen betalen.

Verder zou minder werken tegen dezelfde vergoeding leiden tot een fors lagere productiviteit. En dat is juist waar alle economen over de hele wereld het wél eens zijn: de productiviteit moet omhoog. In Nederland lopen we op dat gebied achter.

Nieuwe realiteit en nieuwe rol
De vakbonden zouden veel beter zich kunnen gaan richten op de ‘nieuwe realiteit’ op de arbeidsmarkt, namelijk een sterk toenemende flexibiliteit. Deze flexibiliseringtrend is al een tijdje bezig en in plaats van hier tegenaan schoppen, zou men beter actief kunnen meedenken en vanuit daar de belangen van de leden (en alle werknemers) behartigen. De flexibilisering is er namelijk al en zal zich doorzetten. In 2007 lag de flexibele schil al op ca 20%, nu op circa 25% en in 2020 op ca 30%.

Althans, dat denken de experts. Ik denk dat de flexibilisering nog sneller zal gaan en dat deze in 2020 wel eens op 35% zou kunnen zitten.
Om te beginnen is flexibiliteit een noodzaak in deze steeds sneller veranderende economie en maatschappij en móeten werkgevers steeds sneller kunnen inspelen op veranderingen. Daarnaast wil de jongere generatie zelf ook meer flexibiliteit, mits men wel een hypotheek kan gaan krijgen.

De economische groei zal in de toekomst – ook al is het sentiment al ten goede gekeerd- niet spectaculair zijn. We zullen genoegen moeten nemen met 1%, 2% misschien 3 %. De gouden tijden met groeipercentages van 4%, 5 % of meer, zullen niet terugkeren.

De enige manier om banen te creëren is door de lasten druk op arbeid te verlagen en de productiviteit te verhogen. Dan gaan werkgevers meer investeren en meer werknemers aannemen, vast, maar zeker ook flexibel.

Wanneer beseffen de vakbonden dat ze al jaren op een verkeerd spoor zitten?

Aantal keer bekeken: 184

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Roy Dongen on 17 juli 2014 at 4:40pm

De samenwerking tussen sociale partners is een belangrijke succesfactor in de Nederlandse economie. Maar daarvoor is het wel belangrijk dat er sociale partners bestaan die met recht aan het overleg deelnemen. Hoeveel procent van de werkenden zijn lid van een vakbond? Wie zegt dan dat deze bonden met hun klaarblijkelijk verouderde ideeen nog de meeste werkenden vertegenwoordigen. Wellicht daalt het aantal leden juist als protest tegen deze mismatch.