Geen enkel zichzelf respecterende beroepsgroep kan vandaag de dag nog zonder analyse van (big) data. Gelukkig dus dat ook dit jaar in het arbeidsrecht weer onderzoek is gedaan naar getallen in het ontslagrecht (P. Kruit en I.H. Kersten, Statistiek Ontbindingsprocedure 2017, Arbeidsrecht 2018/32).

Het eerste dat bij de analyse van de cijfers opvalt, is de aanhoudende afname van het aantal ontbindingsverzoeken bij de kantonrechter. Het aantal zaken dat in 2017 door de rechter is behandeld is in de afgelopen vijf jaar met meer dan 40% gedaald. Ook wanneer cijfers worden vergeleken met 10 jaar geleden (voorafgaand aan de kredietcrisis) zijn de verschillen groot en kunnen dus niet worden verklaard door de huidige economische hoogconjunctuur. Mogelijk kan deze teruggang wel worden verklaard door de – onbedoelde effecten van – invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz). Hoewel deze wetswijziging in 2015 werd doorgevoerd om het ontslagrecht eenvoudiger en goedkoper te maken en flexwerk te ontmoedigen, is het tegendeel waar: het ontslagrecht is nog nooit zo ingewikkeld en vol onzekerheden geweest, terwijl uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Economische zaken (2017) blijkt dat de ontslagkosten na inwerkingtreding van de Wwz ten gevolge van meer tijdsbestedingskosten en kosten van juridische bijstand bijna 17% zijn toegenomen. Daarnaast is het aantal flexwerkers in 2017 verder toegenomen tot 3 miljoen (meer dan een derde van de beroepsbevolking).

Het tweede dat opvalt, is dat het aantal afwijzingen van ontbindingsverzoeken door kantonrechters op iedere individuele ontslaggrond het aantal toewijzingen overtreft. Bij de ontslaggrond “disfunctioneren” is in 2017 door kantonrechters slechts een van de vier (!) verzoeken toegewezen. Het heeft er dus tenminste alle schijn van dat de sterke daling van het aantal ontbindingsprocedures zowel samenhangt met de complexiteit van het nieuwe ontslagrecht als met de aanzienlijke kans dat een ontbindingsprocedure niet leidt tot de daarmee door de werkgever beoogde beëindiging van de arbeidsovereenkomst als met een verdere afname van het aantal werknemers met een vaste baan.

Het derde dat opvalt, is dat in meer dan 20% van de zaken waarin het ontbindingsverzoek wel is toegewezen niet alleen een transitievergoeding aan de werknemer is toegekend maar daarnaast eveneens een billijke vergoeding.

Een laatste opvallende constatering is dat de gerechtshoven in meer dan twee derde van het aantal zaken in hoger beroep na een eerdere afwijzing van een ontbindingsverzoek door de kantonrechter alsnog een einde maken aan de arbeidsovereenkomst. Voor de werkgevers met een lange adem biedt dit – zeker bij meer principiële zaken – perspectief. Dankzij de introductie van hoger beroep in ontbindingsprocedures heeft de Wwz dus toch nog wat opgeleverd voor werkgevers.

Bas Westerhout
Lieshout Westerhout Advocaten

Aantal keer bekeken: 290

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland