De toekomst van de ZZP’er ligt in het verleden

Op 26 november 2018 schreef Minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) een voortgangsbrief over de voortgang en de complexiteit van wetgeving die de DBA moet vervangen. De minister gaf daarin aan dat hij tot de conclusie was gekomen dat de aanvankelijk door hem beoogde oplossing – het verplicht omzetten van een overeenkomst van opdracht naar een arbeidsovereenkomst indien de zelfstandige minder dan € 15-18 per uur krijgen – naar alle waarschijnlijkheid strijdig zou zijn met Europees recht. Tijdens de kort daarop volgende behandeling van de begroting van Koolmees in de Tweede Kamer bleek dat Kamerleden vinden dat er te weinig voortgang wordt geboekt om de positie van laagbetaalde zzp’ers op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Financieele Dagblad

In het Financieele Dagblad van 28 november 2018 (Geef zzp’ers rechten) verbaasde Mathijs Bouman zich over deze gang van zaken en stelde hij dat de Europese regels hier verder gaan dan de opstellers van het EU-verdrag ooit hebben bedoeld. Als mogelijk alternatief opperde hij “vergeet het verplichte arbeidscontract en geef iedereen die minder dan € 18 verdiept het recht op deelname aan de sociale verzekeringen en toegang tot het pensioenstelsel op vrijwillige basis”. Een meer eenvoudige, alles omvattende en reeds in de praktijk getoetste oplossing is evenwel voorhanden.

Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW)

Tot 1 januari 1998 voorzag de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) voor zelfstandigen in een uitkering op minimumniveau bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Omdat de toenmalige regering het ongewenst achtte het volledig aan zelfstandigen over te laten of zij zich zouden verzekeren of niet, is daarna de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) ingevoerd. Ook deze wet voorzag in een uitkering aan zelfstandigen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Per 1 augustus 2004 is de WAZ afgeschaft omdat de toenmalige regering een publieke inkomensdervingsverzekering wegens arbeidsongeschiktheid in strijd achtte met het zelfstandig ondernemerschap met de daarbij behorende kansen en risico’s. Tot die datum waren dus zowel werknemers als zelfstandigen (dus ook zzp’ers) “gewoon” verplicht verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945

Tot 2015 behoefte een werkgever op grond het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (BBA) de voorafgaande toestemming van het UWV voordat de arbeidsverhouding met een werknemer kon worden opgezegd. Onder het BBA zag “werknemer” niet alleen op een persoon met een (traditionele) arbeidsovereenkomst, maar tevens op een persoon “die persoonlijk arbeid verricht voor een ander tenzij hij dergelijke arbeid in de regel voor meer dan twee anderen verricht of hij zich door meer dan twee andere personen, niet zijnde zijn echtgenoot of bij het inwonende bloed of aanverwanten of pleegkinderen, laat bijstaan of deze arbeid voor hem slechts een bijkomstige werkzaamheid is”. De vraag of er al dan niet een gezagsverhouding bestond was niet relevant. Zodoende genoten zowel werknemers als zzp’ers ontslagbescherming. In 2015 trad de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking, werd het BBA afgeschaft en werd de zzp’er vogelvrij verklaard.

Regeerakkoord

In het regeerakkoord valt te lezen dat een nieuwe wet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid moet bieden dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant) moet voorkomen. Het beschermen van kwetsbare zelfstandigen en het voorkomen van schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden staat daarbij voorop.

Gekunsteld onderscheid

Dit is eenvoudig op te lossen door de huidige definitie van werknemer in het arbeidsrecht te vervangen door de oude definitie uit het BBA (eventueel nog uit te breiden met het aanvullende criterium “langer dan drie maanden”) en deze groep als geheel voortaan aan te duiden als “medewerker”. Daarnaast kan de WAZ weer uit de mottenballen worden gehaald. Zowel omdat de praktijk leert dat het volledig aan individuen overlaten van de beslissing “wel of niet verzekeren” ten gevolge van onjuiste risico-inschatting en selectie (uitsluiting) tot onwenselijke uitkomsten leidt alsook vanwege de solidariteitsgedachte verdient een verplichte verzekering voor alle medewerkers de voorkeur. Aldus kunnen ook alle kwetsbare (schijn)zelfstandigen aanspraak maken op de bescherming die het arbeidsrecht biedt en vervalt het veelal gekunstelde onderscheid tussen werknemer en de kwetsbare (schijn)zelfstandige en de concurrentie op arbeidsvoorwaarden.

Bas Westerhout
Lieshout Westerhout Advocaten
www.lwa.amsterdam

Aantal keer bekeken: 305

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland