Nieuws over de opbouw van vakantiedagen bij ziekte, Hof Amsterdam november 2009

Mijn laatste blog behandelde een uitspraak uit oktober 2009 van een kantonrechter over opbouw van vakantiedagen bij ziekte. De uitspraak ging over de strijdigheid van het Nederlands recht op dit punt, met de Europese richtlijn en Europese Jurisprudentie hierover van het Hof van Justitie (die staat volledige opbouw tijdens ziekte voor, en volgens het BW bouwt de werknemer alleen op gedurende de laatste zes maanden van zijn/haar ziekte).

Omdat het de eerste kantonrechter was die zich hierover uitliet, was het afwachten of deze kantonrechter navolging zou vinden.

Inmiddels heeft het Hof Amsterdam zich begin november 2009 uitgesproken over de problematiek met de vakantiedagen tijdens ziekte, welke uitspraak in december is gepubliceerd.

Het Hof is tot de conclusie gekomen dat totdat de richtlijn is geïmplementeerd (de Nederlandse wet die nu nog in strijd is met de Europese richtlijn hierop is aangepast), een werknemer zich niet rechtstreeks op de richtlijn kan beroepen. Het hof heeft dus anders geoordeeld dan de kantonrechter.

Op de nationale rechter rust in een geschil als het onderhavige een zware inspanningsplicht om toepasselijke nationale regelgeving zoveel mogelijk richtlijnconform te interpreteren. Het was dus de vraag of het Hof artikel 7:635 lid 4, eerste volzin, BW richtlijnconform kon uitleggen.

In artikel 7:653 lid 4 eerste volzin, wordt voor de werknemer die de bedongen arbeid niet verricht wegens ziekte, expliciet een uitzondering gemaakt op de algemene regel van 7:634 lid 1 BW, die (conform de strekking van de richtlijn) luidt dat de werknemer recht heeft op vakantie van tenminste vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week. Een zieke werknemer bouwt enkel vakantiedagen op over de laatste zes maanden van zijn ziekte.

Aan de reden voor het maken van deze uitzondering is uitdrukkelijk aandacht besteed in de parlementaire geschiedenis, namelijk het voorkomen van verlofstuwmeren en het beheersbaar houden van de aan arbeidsongeschiktheid verbonden kosten voor het bedrijfsleven. Het Hof acht onder deze omstandigheden een richtlijnconforme interpretatie (opbouw gedurende de hele ziekte periode) niet mogelijk omdat dit zou resulteren in een uitleg die strijdig is met de huidige Nederlandse wetgeving. Hiertoe is de nationale rechter ingevolge rechtspraak van het HvJ EG ook niet gehouden .

Het is dan aan de wetgever om zijn regelgeving op dit punt in overeenstemming met de richtlijn te brengen.
De vordering van de werknemer tot uitbetaling van alle in 2 jaar tijd tijdens ziekte opgebouwde vakantiedagen, wordt dan ook afgewezen.

De hele uitspraak is terug te lezen op:

http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx LJN: BK4648

Dus: goed nieuws voor werkgevers (en slecht nieuws voor werknemers): werknemers bouwen tijdens langdurige ziekte op grond van het BW, nog steeds slechts vakantiedagen op over de laatste 6 maanden van de ziekte. Werkgevers hoeven hun arbeidscontracten op dit punt dus niet aan te passen.

Ik wens jullie een goede jaarwisseling en een gelukkig, gezond en succesvol 2010!
Yvonne Sorensen

Aantal keer bekeken: 227

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Ruud van Gerrevink on 4 januari 2010 at 10:32pm
Appels en peren. Het is niet zo slecht met de Nederlandse regelingen omtrent vakantiedagen en ziekte. Immers 100% doorbetaling tijdens 2 jaar ziekte is uniek in Europa, al helemaal bij "gewone" ziekte (t.o.v. werkgerelateerde arbeidsongeschiktheid). En in veel landen vervallen niet opgenomen vakantiedagen veel eerder en automatisch binnen 3 maanden na het jaar van ontstaan waar ze in NL 5 jaar mogen blijven staan. Dus wanneer de opbouwbeperking van NL niet mag vanwege de Europese context dan zullen er nog meer NL uitzonderingen ter discussie kunnen worden gesteld.