De kantonrechter Brielle heeft in een uitspraak van 9 december 2010 een hoge beëindigingsvergoeding toegekend. De kantonrechter heeft de hoogte van deze vergoeding niet bepaald aan de hand van de kantonrechtersformule, maar op grond van billijkheid. Vullen wij de vergoeding en de overige gegevens in de kantonrechtersformule in, dan betekent dit een vergoeding met een factor C is 9,5.  

 

Wat was er in deze zaak aan de hand? En kan de kantonrechter de kantonrechtersformule ‘zo maar’ buiten toepassing laten?

 

LJN: BO6832

Het ging in deze zaak om een werknemer die sinds 1 augustus 2009 in dienst was als Hoofd P&O van de Stichting Ruwaard van Puttenziekenhuis (RPZ). Het RPZ verkeerde in een crisis. Er was onenigheid tussen het MT, de OR en de vereniging medische specialisten enerzijds en het bestuur anderzijds. In november 2010 werd de werknemer geschorst. De werkgever verweet de werknemer dat hij ‘onwelvoeglijke uitlatingen’ had gedaan jegens het bestuur. Uiteindelijk diende RPZ een ontbindingsverzoek in.

Tijdens de procedure komt vast te staan dat de werknemer inhoudelijk prima heeft gefunctioneerd. Hoewel er discussie is over de eventuele uitlatingen naar collega’s, heeft de medewerker geen aanleiding gegeven voor een ontbinding, aldus de kantonrechter. De kantonrechter overweegt dat het voor haar wel duidelijk is dat RPZ volhardt in haar standpunt dat er absoluut geen vruchtbare samenwerking meer mogelijk is. De kantonrechter besluit, uitsluitend vanwege de onwil van RPZ, om toch de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden.

Over de vergoeding overweegt de kantonrechter dat de kantonrechtersformule in deze zaak geen uitkomst biedt, gelet op het onberispelijke dienstverband van de werknemer, de onwil die er bij het (nieuwe) bestuur van RPZ was om een gesprek aan te gaan en de crisis bij RPZ die het hele dienstverband van de werknemer heeft gekleurd. Alles afwegend kent de rechter een vergoeding naar billijkheid toe van € 75.000,= bruto. Dit terwijl de werknemer minder dan 1,5 jaar in dienst was en het loon van deze werknemer (inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering) ongeveer € 7.800,= bedroeg.

 

Vergoeding naar billijkheid

In de wet (7:685 lid 8 BW) staat dat de kantonrechter een vergoeding op grond van billijkheid kan toekennen indien hij besluit om een arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden. Vóór het bestaan van de kantonrechtersformule bepaalden de verschillende kantongerechten aan de hand van verschillende formules de hoogte van deze billijke vergoeding. Dit had tot gevolg dat aan een werknemer in Amsterdam - in een vergelijkbare zaak - een andere vergoeding kon worden toegekend dan aan een werknemer die in Rotterdam voor de kantonrechter stond. Dit was niet wenselijk, zodat de kantonrechters in 1996 voor het eerst met een landelijke kantonrechtersformule kwamen om de vergoeding naar billijkheid te berekenen.

De kantonrechtersformule is vastgelegd in zogenaamde ‘Aanbevelingen van de kring van kantonrechters’. Uit de term aanbevelingen (en de inleiding bij deze aanbevelingen) wordt duidelijk dat het om uitgangspunten gaat, waarvan in bijzondere gevallen kan worden afgeweken. Partijen kunnen in een procedure geen harde rechten aan deze aanbevelingen ontlenen. Het ligt wel voor de hand dat als een kantonrechter besluit om af te wijken van de aanbevelingen, hij dit motiveert in de uitspraak.

In de wet is ook geregeld dat de verzoeker de mogelijkheid krijgt om zijn ontbindingsverzoek in te trekken, indien er een vergoeding wordt verbonden aan de ontbinding. RPZ krijgt in deze zaak tot en met 23 december de gelegenheid om haar verzoek in te trekken. De kantonrechter zet RPZ voor een keuze. Vindt RPZ echt dat een samenwerking niet meer mogelijk is en is het bereid daar € 75.000,= bruto voor neer te leggen? Of stimuleert de hoge vergoeding RPZ om alsnog een poging te doen om de samenwerking te herstellen en het ontbindingsverzoek in te trekken. Navraag bij de gemachtigde van de werknemer leert dat het verzoek (nog) niet is ingetrokken door RPZ...

 

 

 

 

 

Aantal keer bekeken: 487

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Arjan Kreuger on 2 februari 2011 at 9:32pm
Wel aardig dat deze kantonrechter het aftikt op 75.000, het bedrag dat Balkenende com suis in gedachten had voor een maximum.
Reactie van J.L. van de Ven on 23 december 2010 at 1:43pm
Ruzie kost veel geld. De kantonrechter heeft goed nagedacht. In het huidige arbeidsklimaat, leggen ondernemingen (het bestuur ervan) te makkelijk de schuld bij een ander. Eigen falen wordt hiermee afgeschoven.
Reactie van Ruud van Gerrevink on 23 december 2010 at 1:33pm
Het verzoek zal wel niet worden ingetrokken. Immers het is geen onderneming en het bestuur gaat dit niet in de eigen portemonnee voelen. En wij (zorgverzekeringpremiebetalers) betalen de rekening  voor dit beleid.