Stoelendansmethode bij reorganisatie is toelaatbaar

Indien een werkgever wenst te reorganiseren is de ‘stoelendansmethode’ of de ‘Methode de Blécourt’ een manier om dit vorm te geven. Volgens deze methode komt een functie(groep) geheel te vervallen, waarna de boventallige werknemers kunnen solliciteren naar nieuw gecreëerde functies. Indien een werkgever van deze methode gebruik maakt, wordt het afspiegelingsbeginsel niet toegepast en kan hij afscheid nemen van de werknemers die minder goed presteren.

Onlangs heeft de Rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven geoordeeld dat deze methode in beginsel toelaatbaar is (ECLI:NL:RBOBR:2013:2742 en ECLI:NL:RBOBR:2013:2777). Het betrof een werkgever waar een reorganisatie heeft plaatsgevonden als gevolg waarvan arbeidsplaatsen zijn vervallen. Voor 23 werknemers heeft de werkgever ontslagvergunningen bij het UWV aangevraagd. Voor twee arbeidsongeschikte werknemers heeft de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter verzocht.

De kantonrechter stelt voorop dat het een werkgever in beginsel vrijstaat om zijn onderneming zo in te richten als hem het beste voorkomt, tenzij de belangen van de werknemers op ontoelaatbare wijze in gedrang komen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de werkgever wegens bedrijfseconomische omstandigheden in redelijkheid het besluit tot reorganisatie heeft genomen. Het type reorganisatie waarbij de werkgever een nieuw functiehuis heeft gecreëerd met deels zwaardere functies is volgens de kantonrechter toelaatbaar. Indien daarbij ontslagen aan de orde zijn dient echter wel naar objectieve maatstaven te worden getoetst of bij invulling van de nieuwe vacatures voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen en geen sprake is geweest van willekeur.

Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende gebleken dat de oude functies van de werknemers zijn komen te vervallen en dat deze niet uitwisselbaar zijn met enige andere nieuwe functie. Dit betekent dat de werknemers in beginsel in aanmerking komen voor herplaatsing in een passende functie in het nieuwe functiehuis. Eén van de arbeidsongeschikte werknemers heeft een brief met een grote hoeveelheid bijlagen ontvangen, waarbij hij slechts één dag de tijd heeft gekregen om hierop te reageren en zijn belangstelling voor een functie kenbaar te maken. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer mede door zijn ziekte geen eerlijke kans heeft gehad om mee te dingen naar één van de nieuwe functies. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dan ook af. Voor de andere werknemer zijn er geen passende functies binnen de onderneming, zodat de kantonrechter de ontbinding toewijst. De werknemer krijgt een beëindigingsvergoeding op grond van de kantonrechtersformule met correctiefactor 1. Voorts wordt de arbeidsovereenkomst op een termijn van twee maanden ontbonden.

Uit bovengenoemde uitspraken volgt dat het van de feiten en omstandigheden afhangt of de stoelendansmethode in een concreet geval toelaatbaar is. Let er op dat bij de invulling van de vacatures voldoende zorgvuldigheid wordt betracht en dat er geen sprake is van willekeur.

Aantal keer bekeken: 2144

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Ruud van Gerrevink on 29 juli 2013 at 1:57pm

@Tim: wat bedoel je met "op deze manier"? Ik neem aan dat je dan toch niet doelt op de hier besproken casus die kennelijk door de rechter is getoetst en in principe in orde is bevonden ... ?

Of zit jij in het kamp dat het alleen die vonnissen accepteert die overeenkomen met de eigen mening ... ?

Reactie van Tim Havelaar on 25 juli 2013 at 1:22pm

Bedrijven die op deze manier werknemers 'lozen' zouden op in een zwartboek moeten worden opgenomen en de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor onbehoorlijk bestuur en de daaruit voortvloeiende kosten (UWV en uiteindelijk de belastingbetaler worden op kosten gejaagd).