Tussentijds de transitievergoeding (deels) afrekenen?!

Na 33 jaar dienstverband wordt een lerares deels arbeidsongeschikt. Zij krijgt een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,83. De school en de lerares spreken af dat de aanstelling van de lerares wordt bijgesteld van 0,98 tot 0,55. De lezer begrijpt dat de lerares voor het gedeelte dat zij niet arbeidsongeschikt wordt geoordeeld, blijft werken en dat zij daarvoor loon ontvangt. In het bijzonder onderwijs geschiedt zo’n aanpassing van de arbeidsduur door een akte van ontslag en een akte van benoeming. Dus deels een uitkering en deels loon: iedereen blij?

De lerares blijkbaar niet, want zij vraagt haar werkgever om aan haar de transitievergoeding te betalen. Dat wil de school niet, maar de kantonrechter kent haar die (naar rato van de omvang van de beëindigde aanstelling) wel toe. Het gerechtshof komt tot een ander oordeel: een afgesproken urenwijziging geeft geen recht op een transitievergoeding omdat geen sprake is van een opzegging.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad ziet dat anders (ECLI:NL:HR:2018:1617, Hoge Raad, 17/02712). Hij zegt dat de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag met daaraan gekoppeld de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding moet worden aanvaard voor het bijzondere geval dat “door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Hierbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.”

De Hoge Raad legt uit dat hij ondermeer tot dit oordeel komt omdat, als pas behoeft te worden afgerekend indien het resterende dienstverband zou aflopen, dit zou betekenen dat de werknemer een financieel offer brengt omdat de transitievergoeding dan wordt becijferd op basis van het laatstgenoten – en dus veel lagere – loon. De Hoge Raad zegt ook dat “substantieel en structureel” een vermindering van de arbeidstijd met tenminste 20% inhoudt (dus van 5 naar 4 dagen per week).

Billijke uitkomst?

Op het eerste gezicht een billijke uitkomst. Maar deze dame zal op gevorderde leeftijd zijn geweest (aangezien zij na 33 jaar werken arbeidsongeschikt werd). Haar collega’s die tot de AOW-gerechtigde leeftijd doorwerken, krijgen in het geheel geen transitievergoeding als de overeenkomst dan eindigt. Is dat wel eerlijk?

En als de overeenkomst niet was aangepast, maar slapend was voortgezet, had er niks afgerekend behoeven te worden: eerlijk?

Of als er een vaststellingsovereenkomst was gesloten: dan hoeft de transitievergoeding ook niet betaald te worden (al werken de meeste werknemers daaraan alleen mee als dat wel gebeurt, natuurlijk): eerlijk?

En stel nu dat sprake is van een demotie en niet van langdurige arbeidsongeschiktheid of reorganisatie: bestaat dan ook het recht op tussentijdse afwikkeling?

Stof tot overpeinzing …

Vond u deze blog interessant en wilt u op de hoogte blijven? Schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief via https://www.potjonker.nl/actueel/nieuwsbrieven/

En heeft u nog vragen? Neem gerust contact met mij op:

Muriel Middeldorp

www.potjonker.nl

T +31(0)235530235 | E middeldorp@potjonker.nl | Postbus 280, 2000 AG HAARLEM

Aantal keer bekeken: 912

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van Jan vd Zanden on 18 oktober 2018 at 3:27pm

Haar WIA uitkering is 30% lager dan haar loon. Dan is een partiële TV ter compensatie toch niet zo heel vreemd?

Principiëler is de vraag of een TV terecht is bij instromen in de WIA; de overheid vindt al van niet, omdat het UWV die kosten van de werkgever over gaat nemen. Dat zal in dit geval m.i. ook het geval zijn.