Bij het opstellen van een non-concurrentiebeding proberen advocaten en juristen ervoor te zorgen dat alle denkbare situaties binnen het bereik van zo’n beding vallen. Zij formuleren het beding graag heel erg ruim en voegen daar aan toe dat alles gelezen moet worden ‘in de ruimste zin des woord’ of zoiets. In de rechtspraak zie ik steeds vaker terug dat het te ruim (en vaag) formuleren van een non-concurrentiebeding ertoe leidt dat het beding bij een geschil in het nadeel van de werkgever wordt uitgelegd. Ook zie ik terug dat het non-concurrentiebeding onvoldoende bescherming biedt aan de werkgever als het erop aankomt, omdat het niet zorgvuldig geformuleerd is. Het beding bepaalt van alles, maar niet dat een werknemer niet in dienst mag treden bij de concurrent. Terwijl dat nu juist hetgeen is dat een werkgever wil voorkomen door een non-concurrentiebeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst. (En een relatiebeding moet voorkomen dat een ex-werknemer met de relaties van de onderneming aan de haal gaat).

Een voorbeeld is te zien in een zaak die speelde bij het Gerechtshof Den Haag. Werkgever en werknemer waren een beding overeengekomen met de aanhef “non-concurrentiebeding”. Maar in het beding zelf stond nergens dat het de werknemer werd verboden om na het einde van het dienstverband in dienst te treden bij een concurrent. Wel was bepaald dat: “het de werknemer verboden was om na einde dienstverband opdrachtgevers van werkgever te benaderen om zo deze opdrachtgevers te kunnen bedienen met vergelijkbare producten en diensten als die van de werkgever” en om, kort gezegd, “werkzaamheden te verrichten voor de opdrachtgevers van de werkgever”. Hoewel het vast de bedoeling was van de werkgever om ook het in dienst treden bij een concurrent te verbieden, stond dit simpelweg niet in het beding. En de conclusie van het Hof was dan ook dat de werknemer het non-concurrentiebeding niet had overtreden, ondanks dat hij een dienstverband was aangegaan met een concurrent.

Iets vergelijkbaars speelde bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. In het non-concurrentiebeding was bepaald dat het de werknemer verboden was om zelf een met de ex-werkgever concurrerende onderneming te beginnen. Maar ook hier stond niet in het non-concurrentiebeding dat de werknemer niet in dienst mocht treden bij een concurrent (terwijl het ook hier een lang en ingewikkeld non-concurrentiebeding was). En ook deze werkgever werd in het ongelijk gesteld toen hij een beroep deed op het non-concurrentiebeding toen de ex-werknemer in dienst trad van de concurrent.

Dus, tip voor een rustige dag deze zomer! Kijk eens kritisch naar het non-concurrentiebeding in de standaard arbeidsovereenkomst. En lees dan ook het relatiebeding door. Begrijpt u wat er staat? En beschermen de bedingen alle situaties die van belang zijn voor uw onderneming? Als het antwoord nee is, is het raadzaam om het non-concurrentiebeding weer eens te laten bekijken en zo nodig aan te laten passen.

Aantal keer bekeken: 385

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland