Ontslagen statutair directeur niet (langer) vogelvrij

Een benoeming tot statutair directeur wordt veelal “klakkeloos” aanvaard. Zonder dat de betreffende persoon zich (voldoende) realiseert dat aanvaarding van een benoeming tot statutair directeur betekent dat hij/zij vanaf dat moment arbeidsrechtelijk “vogelvrij” is en te allen tijde “for any or no reason” kan worden ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders (of in voorkomend geval door de raad van commissarissen), zonder dat de werkgever eerst toestemming behoeft van het UWV of de rechter. Bovendien kan een dergelijk ontslag (behoudens in geval van schending van formaliteiten) niet door een rechter worden terug gedraaid. Dit betekent dat een werkgever altijd eenvoudig afscheid kan nemen van een statutair directeur. Indien een statutair directeur binnen 24 maanden na indiensttreding wordt ontslagen is de werkgever zelfs geen transitievergoeding aan de voormalig statutair directeur verschuldigd.

Voor de inwerkingtreding van de Wwz kon een statutair directeur ook al ontslagen worden zonder dat daar een rechter aan te pas behoefte te komen. Dit betekende dat aan een statutair directeur ook vrijwel nooit een “kantonrechtersformule” werd toegekend. Wel kon een ex statutair directeur proberen een schadevergoeding te krijgen wegens kennelijk onredelijk ontslag, maar dat leidde lang niet altijd tot toewijzing van een vergoeding.

Wwz een zegen?

Hoewel de financiële voorzieningen voor gewone werknemers in geval van ontslag sedert de inwerkingtreding van de Wwz aanmerkelijk zijn versomberd, is de inwerkingtreding van de Wwz voor statutair directeuren daarentegen een zegen, zo blijkt uit een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2018:1643).

In deze zaak werd een statutair directeur drie maanden na aanvang van zijn arbeidsovereenkomst uitgenodigd voor een algemene vergadering van aandeelhouders en tijdens die vergadering ontslagen wegens – kort samengevat – een verschil van inzicht. Omdat hij statutair directeur was en het aandeelhoudersbesluit rechtsgeldig was genomen, kon hij zijn ontslag niet aanvechten. Bovendien was hij minder dan 24 maanden in dienst en kon hij om die reden ook geen aanspraak maken op een transitievergoeding.

Billijke vergoeding

De ex-directeur heeft daarop een verzoek gericht aan de rechter hem wel een billijke vergoeding toe te kennen. Als reden voerde de ex-directeur aan dat zijn arbeidsovereenkomst zonder redelijke grond was opgezegd. Het Hof was met de rechtbank van oordeel dat er geen redelijke grond voor ontslag was omdat de directeur was ontslagen zonder dat het verschil van inzicht op enig moment voorafgaand aan het ontslagbesluit met de directeur is besproken, laat staan dat is gebleken van een onoverbrugbaar verschil van inzicht. Het had op de weg van werkgever gelegen te zeggen hoe hij het wil hebben. Pas als de werknemer zich daar niet aan wenst te conformeren is sprake van een verschil van inzicht. Bij gebreke van een redelijke grond voor de opzegging (en bij gebreke van de mogelijkheid het ontslag te vernietigen) kende beide instanties een billijke vergoeding aan de ex-directeur toe van € 100.000 na drie maanden werken.

Door de inwerkingtreding van de Wwz is de kans dat een statutair directeur in geval van ontslag toch aanspraak kan maken op een vergoeding dus aanmerkelijk toegenomen. Om dit te voorkomen zal de algemene vergadering dus alleen nog tot opzegging moeten overgaan indien sprake is van een redelijke grond voor opzegging. Zo niet, dan is ontslag weliswaar nog steeds mogelijk, maar dan wel met een (aanzienlijk) prijskaartje.

Bas Westerhout
Lieshout Westerhout Advocaten

Aantal keer bekeken: 354

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland