“Ervaart u passie in uw werk? Eerlijk zeggen hoor. Nee? Ach, wat zielig bent u dan.” Met deze aanhef startte voormalig eindredacteur van de Gids voor Personeelsmanagement Anne Gouweloos op ManagementSite een discussie over passie en werkplezier. Ik geef even weer hoe Gouweloos het vuurtje met succes wist op te stoken.
Passie in je werk. Flow. Je bestemming vinden. Nooit meer een burn-out en geen behoefte aan pensioen. Dat kunnen wij toch allemaal bereiken? Hoe? Gewoon door een workshop te volgen. Bijvoorbeeld de workshop ‘Op zoek naar dé loopbaan’. Je beantwoordt een paar vragen zoals: Waarvoor mag je me altijd wakker mag maken? Waar ligt mijn kracht? Wat geeft me energie? En dan weet je het.
Dat is makkelijk zeg. Eens even proberen. Waarvoor mag iemand mij wakker maken? Voor helemaal niks, niemand mag mij ooit wakker maken ’s nachts, behalve als het huis in brand staat. Waar ligt mijn kracht? In eten, drinken en slapen. Wat geeft me energie? Eten, drinken en slapen.
Mijn loopbaan kenmerkt zich door werk te doen dat zich aanbiedt of dat makkelijk te krijgen is. Ik deed beroepskeuzetesten, psychologische testen, een assessment center, een loopbaanadviestraject en een coachingtraject. En nog ben ik niet achter mijn passie. Schrijven lijkt dat te zijn. Tenminste, dat blijkt steeds uit al die testen. Toch voelt dat niet als een passie, want als ik niet hoef te schrijven doe ik het niet. Wat ik wel doe? Eten, drinken en slapen. Zoveel ik kan. Ben ik nu mislukt? Of is die passie gewoon een sprookje? Ik vrees het laatste.
Gouweloos’ boodschap: Sommige HRM'ers en veel coaches willen werknemers altijd doen geloven dat zij passie in hun werk kunnen verkrijgen als ze daar maar naar op zoek gaan. Maar de echte passie ligt voor velen niet in hun eigen werk. Je moet op zoek gaan naar dingen die je leuk vindt om te doen en daar proberen je werk van te maken.
Talloze reacties waren het gevolg. Voor- en tegenstanders (“eten, drinken en slapen, dat doet de kat van de buren ook”) rolden over elkaar heen. Niet verwonderlijk. Passie is een populair begrip aan het worden. Zo populair zelfs, dat mensen ermee te koop gaan lopen. “Gisteren fietste ik langs een winkel met op de ruit ‘passie voor gordijnen’”, reageert een lezer. “Een straat verderop afficheert een winkelier zich met ‘wij werken ons uit de naad voor u’.” Toch is werkplezier zeldzaam, maak ik op uit een ander ingezonden commentaar. Onderzoek toont aan dat slechts zo'n 12% van de Nederlandse werknemers energie krijgt van zijn werk en echt geniet van wat hij doet. Dat is weinig, veel te weinig volgens deze briefschrijver. Maar moeten we daar wel zo treurig over doen? Ik lees: "Opgewekte werknemers besteden veel tijd aan het bewaken van hun gelukkige stemming, terwijl ongelukkige mensen gewoon aan het werk gaan. Zij leveren niet meer of minder werk af dan gelukkige mensen, maar maken slechts half zoveel fouten. Sombere mensen zien hun werk als een welkome afleiding van hun negatieve stemming, terwijl opgewekte mensen hun werk juist zien als een ongewenste afleiding van de leuke dingen des levens, en daarmee als een bron van ongeluk."
We moeten uitkijken niet door te schieten, waarschuwt weer een andere criticus. “Dat populaire HRM gedoe over flow en passie? Onzin. Doe mij een leuke baan met een leuk salaris en voldoende vrije tijd om aan mijn passie en flow te wijden.” Maar passie en de vraag of iets 'leuk is om te doen' hebben niets met elkaar te maken, merkt weer een ander op. “Vraag een marathonloper of hij het leuk vindt wat hij doet en hij zal je verbaasd aankijken. Hij lijdt pijn, moet doorzetten, afzien. Hetzelfde geldt voor violisten, voetballers, schrijvers, bergbeklimmers en ieder ander die zijn werk met passie doet. Ze zullen je even raar aankijken als je suggereert dat hun werk 'leuk' is. Ze moeten er keihard voor werken, pijn lijden om uiteindelijk de top te bereiken.”
Het laatste woord is aan een vrouw: “Niet voor iedereen is ‘je werk ook je leven’. Voor velen van ons is ‘je werk een onderdeel van je leven’. Niet meer en niet minder. Dat is niet saai, niet passieloos, niet doodgebloed of uitgeblust, maar gewoon de realiteit. Niet iedereen is voetbalfan, niet iedereen is werkverslaafd.”
Mmm. Moet ik zeker over nadenken, als ik mij er de tijd voor gun.
Rolf Baarda is directeur van Bureau Baarda, een middelgroot adviesbureau op het gebied van beloningsmanagement
www.bureaubaarda.nl
http://twitter.com/RolfvanBB
Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland