CAO-discussie overheid, symptoom van ‘oud denken’?

Na alle berichten gelezen te hebben over de CAO-onderhandelingen voor Ambtenaren wordt mij één belangrijk ding niet duidelijk; op welke manier zoekt men de verbinding met de toekomstige spanning tussen vraag en aanbod van personeel in het achterhoofd?

Er bekruipt mij een gevoel dat er zowel van werkgeverszijde als van werknemerszijde ‘oud’ gedacht wordt; de werkgever heeft een grotere machtspositie dan de werknemer.

Ik geloof daar niet meer in; deze verhoudingen worden/zijn echt anders.
Er wordt een flink tekort van personeel op de arbeidsmarkt voorspeld. Het tekort van personeel dat echt waarde toevoegt in hun rol wordt nog eens extra schaars.
Daarnaast is de huidige medewerker steeds vaker minder hiërarchisch ingesteld en meer gericht op gelijkwaardigheid.
Maar wellicht schat ik zaken verkeerd in en zie ik dingen over het hoofd….

Marktdenken: drijfveren van werknemers
Aangezien meer dan 50% van de huidige ambtenaren een opleidingsniveau hebben van HBO en hoger, voorspel ik dat dit aandeel de komende jaren hoger zal worden en daarmee ook het belang om goed in te spelen op drijfveren van de Hoger Opgeleide.
Enerzijds zie je dat overheden steeds meer lager geschoold werk uitbesteden aan derde partijen, anderzijds zie je dat vrijwel iedere gepensioneerde medewerker wordt opgevolgd door iemand met een hogere opleiding dan de vertrekker.
Er zijn verschillende onderzoeken die hebben uitgewezen dat een Hoger Opgeleide niet extra gemotiveerd raakt van een hoog salaris. Werk moet eerst interessant en uitdagend zijn. Vlak daarna zijn zelfstandigheid en sfeer van groot belang. Lees het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek van het CAOP er maar eens op na. Indien je de hoofdbestanddelen van Public Service Motivation leest, vind je soortgelijke factoren een belangrijke invloed hebben.
Vanuit dit licht begrijp ik maar weinig van het conflict tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers van ambtenaren, dat in mijn beleving voornamelijk over salaris gaat. Juist door in te spelen op andere punten zou men dichter bij elkaar kunnen komen, omdat daar een gemeenschappelijk belang ligt. Wil de werkgever daar niet aan meewerken, dan snijdt men zichzelf vanzelf in de vingers, omdat medewerkers de overheid zullen verlaten. Zoals in het rapport ‘De Grote Uittocht’ al is voorspeld.

Ik wil op 3 punten specifieker in gaan.

Behoud van werkgelegenheid
Zoals al aangegeven zal de macht van de werknemer t.o.v. de werkgever door de toenemende schaarste van (goed) personeel steeds groter worden. Cijfermatig beschouwd zal er meer werk zijn dan werknemers, waardoor er voor iedereen werk zou moeten zijn.
Dat geldt niet alleen voor Hoger Opgeleiden, maar ook de anderen zullen dat ervaren.
Je hoeft de werknemer dan ook niet meer te beschermen met het afdwingen van behoud van werkgelegenheid.
Dat de inhoud van werk in de jaren wijzigt, waardoor sommige mensen door deze ontwikkeling gedwongen worden om mee te ontwikkelen, verlangt een inspanning van de medewerker in eigen belang. De uitdaging ligt bij de werkgever om door een medewerker gekozen te worden. De werknemer is verantwoordelijk voor de eigen marktwaarde. Bij toenemende schaarste van personeel, neemt die marktwaarde vanzelf toe, tenzij je iets kunt waar echt geen vraag meer naar is.

Inzetbaarheidverhogend budget
Men onderhandelt bijvoorbeeld over een inzetbaarheidverhogend budget (IVB) van € 500. Het is een uitstekend idee om professionele ontwikkeling van medewerkers te stimuleren. Het is ook in het belang van een versterkende binding van de ambtenaar met het werken bij de overheid. Daarmee wordt het belang van de werkgever gediend.
Mijn vragen:
Wordt dit ‘IVB’ opgeteld bij het budget dat de werkgever reeds budgetteert?
Op welke manier denkt men dit te gaan controleren?
Wat mag men doen met het budget dat onbenut blijft omdat sommige (oudere?) ambtenaren vinden dat zij geen opleiding meer nodig hebben?
Mag de werkgever zo iemand toch ‘om het bestwil van de medewerker’ dwingen?

Vermindering externe inhuur
Naast de verschuiving van vraag en aanbod is ook een trend waarneembaar om efficiënter om te gaan met de beschikbaarheid en kosten van kennis en capaciteit. Niet alle kennis heb je als organisatie 24/7 nodig. Wat is er in dat geval fout aan het benutten van een specialisme van de markt, als je zelf dat specialismen niet kunt opbouwen?
Als de kennis en capaciteit schaarser wordt en je ze zelf niet meer kunt werven en binden, mag je dan niet inhuren en de plannen die men had laten varen? Wat moet een burger met een overheid die plannen communiceert en deze niet uitvoert? Hoe betrouwbaar vindt men je dan nog?
Het komt mij wat weerbarstig over; geen duidelijke richting afdwingen om werk aantrekkelijker te maken door in te spelen op belangrijke drijfveren die leiden tot een hogere ‘Public Service Motivation’, maar wel beperking van benutting van externe kennis/capaciteit opleggen. Door de overheid te helpen hun aantrekkingskracht te vergroten naar potentiële en huidige ambtenaren neemt externe inhuur vanzelf af, doordat er minder ‘gaten vallen’.
Dat overheden inhuren op plekken waar ‘zelf aanstellen’ te duur is, lijkt me gezien de economische druk logisch. Wel hoop ik dat men zich bewust is van de prijsopdrijvende invloed van schaarste, waardoor het verstandiger kan zijn om juist nu een goede binding met mensen te creëren, terwijl ze nu ‘duurder zijn dan de markt’, maar straks wellicht niet meer.

Conclusie:
Vanuit mijn perspectief slaan beide onderhandelingspartijen de plank mis, door voornamelijk naar de huidige economische situatie te kijken en op basis hiervan stelling in te nemen.
Als men rekening houdt met drijfveren van mensen, zal men ongetwijfeld een ander gesprek voeren. Zonder medewerkers kun je de beoogde resultaten niet boeken, dus zul je ze aan je moeten binden. Dat geldt niet alleen voor mensen die met een ‘aanstelling’ werken in de overheidsmarkt. Dat geldt ook voor anderen die in die markt werken. Want als men liever in een andere markt wil werken, dan is de continuïteit van de overheid in het geding. De factor ‘geld’ is daarbij van marginale invloed.
Als de bonden en de werkgevers zich nu eens daarop zouden richten, dan zou dit beider imago ten goede komen.
Krijgen de bonden meer leden en willen meer mensen graag voor de overheid werken.
Zou dat niet een mooi vooruitzicht zijn?

Aantal keer bekeken: 67

Plaats een reactie