Dat een werkgever verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden op de werkvloer is algemeen bekend. Het gaat bij arbeidsomstandigheden vaak om zaken als veilig gereedschap, ergonomisch meubilair, licht, lucht, geluid, enzovoorts.

Minder bekend zijn kwesties waarbij de baas een hond meeneemt naar kantoor omdat de baas thuis geen oppas heeft voor de hond, of omdat een hond 'zo gezellig' is.
Maar wat als een werknemer die allergisch is voor honden daardoor ziek wordt?

De Rechtbank Rotterdam deed in december 2016 een opmerkelijke uitspraak. Wat was het geval?

De eigenaar van een kantoor neemt ter verhoging van de sfeer zijn hond mee naar kantoor. Eén van zijn medewerkers is bijzonder allergisch voor honden, maar de baas weigert de hond thuis te laten. Na ongeveer een half jaar moet werkneemster zich ziek melden vanwege de ernstige allergische klachten.

De arboarts stelt vast dat de werkneemster haar werk niet kan verrichten door de omstandigheden op het werk ( artikel 7: 628 BW ). De arbo-arts adviseert daarbij dat werkgever het kantoor laat reinigen en de hond voortaan thuislaat. Van dat laatste advies trekt werkgever zich echter niets aan. De hond blijft op kantoor.

Werkneemster vraagt nog een deskundigenoordeel bij het UWV aan. De arbeidsdeskundige van het UWV concludeert dat werkgever zijn re-integratie-verplichtingen onvoldoende nakomt door de hond niet thuis te laten. Maar ook dat brengt geen verandering in de situatie. De hond blijft.

Werkneemster ziet geen andere uitweg dan zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen bij de kantonrechter. Zij vraagt naast ontbinding en de transitievergoeding tevens een billijke vergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen van werkgever.

De rechter stelt om te beginnen vast dat het geen normaal gebruik is om een hond mee naar kantoor te nemen. De rechter rekent het de werkgever verder zwaar aan dat hij de hond mee bleef nemen terwijl vast stond dat werkneemster ernstige klachten daarvan ondervond. Door de serieuze klachten van werkneemster te negeren handelt werkgever ernstig verwijtbaar, zodat ontbinding met een billijke vergoeding gerechtvaardigd is. De rechter veroordeelt de werkgever om naast de transitievergoeding een billijke vergoeding van € 2.500 te betalen.

Edwin van Jaarsveld
Ontslagspecialist

Aantal keer bekeken: 172

Bijlagen:

Plaats een reactie