In tijden van recessie azen steeds meer sollicitanten op een dalend aantal vacatures. Voor sollicitanten is de noodzaak nog groter om op te vallen en soms overschrijden zij hierbij de grenzen van wat netjes is. Van een leugentje om bestwil tot gekochte diploma’s en een verzonnen cv, selecteurs komen het allemaal tegen. Het is dan de uitdaging om in het selectiegesprek te achterhalen of de sollicitant zijn ware aard toont.

Als je mij jouw e-mailadres mailt, ontvang je ter informatie en inspiratie het artikel Het ware gezicht van de sollicitant en selectiefouten. Klik hier voor de e-learningmodule Selectiegesprekken.

Ervaringen uit het verleden zijn goede voorspellers
Ervaringsgericht interviewen biedt soelaas om deze jokkebrokken te ontmaskeren. De basisgedachte is dat ervaringen uit het verleden de beste voorspellers zijn voor toekomstig gedrag. De methodiek richt zich dan ook op het verzamelen van informatie over gedrag dat, ten aanzien van bepaalde competenties, in het verleden reeds is vertoond. Dus niet het kennen of weten staat op de voorgrond, maar het kunnen en zijn. De vragen worden dan ook in de verleden tijd gesteld (‘wat deed u?’ in plaats van ‘wat zou u doen?’). De claimende sollicitant moet maar eens vertellen over zijn ervaringen en bewijzen dat hij echt met bepaalde bijltjes heeft gehakt. In het gesprek vraagt de selecteur door over gebeurtenissen uit het verleden, waarin de kandidaat een bepaalde vaardigheid gebruikte of waar een beroep werd gedaan op een bepaalde persoonseigenschap. De vragen doorlopen vijf niveaus: situatie, taak, actie, resultaat en reflectie, de STARR-methodiek.

Op afstand betrokken of dicht bij het vuur?
In de situatiefase spreekt de sollicitant in de wij-vorm of in andere vrij onpersoonlijke vormen, zoals bij ons, men, ons team en onze organisatie. Deze fase eindigt met een concreet en gedetailleerd beeld over de situatie waarin deze ervaring zich heeft afgespeeld. Een jokkende sollicitant rolt vaak door de eerste stap heen. Anders wordt het als de vragen explicieter worden en de sollicitant in de ik-vorm moet gaat antwoorden. In de volgende fasen van het gesprek staan de taak, doorgevoerde acties en de resultaten ervan, centraal. Als de sollicitant op afstand betrokken was en dus onvoldoende dicht bij het vuur heeft gezeten, dan kan hij er niet veel over vertellen en wordt het lastig er vragen over te beantwoorden. Vaak moet de sollicitant (te) lang nadenken over de antwoorden die dan ook aarzelend uitgesproken worden.

Geen coulance!
Schroom als selecteur dan niet om door te vragen en leg de sollicitant het vuur na aan de schenen. Spreek uit dat het verhaal dun is en zet de claimende sollicitant aan het werk door nog meer vragen en voorbeelden. Maak niet de vergissing om coulant te zijn, maar blijf scherp doorvragen. Eventuele twijfels kunt u openlijk ter sprake brengen. Wellicht tijd om afscheid te nemen van de leugenaars.

Zijn selecteurs met STARR verzekerd van louter eerlijke instromers? Helaas niet. Sommige sollicitanten zijn even moeilijk te vangen als palingen in een emmer gelei. Slechts een schrale troost rest daarbij: op den duur vallen ze toch wel door de mand. En als ze dat niet doen, dan zijn hun leugens toch nog ergens goed voor geweest.

Meer artikelen in de Vdb Bibliotheek.

Aantal keer bekeken: 742

Laat een reactie achter

Je moet lid zijn van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland om reacties te kunnen toevoegen!

Word lid van HRbase - grootste HR netwerk van Nederland

Reactie van PW De Gids Vakbase on 25 april 2014 at 1:14pm

En vergeet ook niet dat de sollicitant een informatieplicht heeft richting de werkgever.